Posts tonen met het label iphone. Alle posts tonen
Posts tonen met het label iphone. Alle posts tonen

maandag 16 januari 2012

Orlando

En toen was het opeens stil in huis. Vanochtend dacht ik nog dat ik de hele dag een huis vol kinderen zou hebben, tot er vriendjes opdoken en Kim bedacht om met Daniël naar het natuur historisch museum te gaan. Daniël wilde uiteraard naar de dierentuin, maar daar is het toch echt te koud voor. De opgezette dieren en de dinosaurussen in het museum zijn een goed alternatief. Het is Martin Luther King Day en de scholen zijn dicht.

Julian heeft een vriendje over, die net als hij hartstochtelijk fan is van Harry Potter. De boeken zijn gelezen, gisterenavond hebben we samen film zeven, deel één gekeken en nu met het vriendje is het tijd voor the games.
Samen werken ze zich door de Hogwarts-schooljaren heen op de Xbox. Het spel is van Lego en het ziet er inderdaad gelikt uit. Als uitstapje oefenen ze hun toverspreukkwaliteiten met een app op de iPhone. Julian boort z’n zakgeld aan om nieuwe spreuken te kopen en de iPhone verandert tijdelijk in een toverstaf.

Het vriendje is in de kerstvakantie naar Orlando geweest. Naar het pretpark van de Universal Studio’s, waar de magische wereld van Harry Potter is nagebouwd. Hij zit vol verhalen over de achtbaan door Hogwarts en brengt souvenirs mee. Julian hangt aan zijn lippen.
Het is niet moeilijk om te raden wat er Julian z’n hoofd omgaat. Dus voordat hij vragen kan stellen, tik ik ‘Orlando, Harry Potter’ in op Google en lees over het enorme park. Er zijn vier hotels en je wordt toch wel met klem aangeraden om een meerdaags ticket te kopen. Ik probeer me voor te stellen hoe dat zal zijn. Twee of misschien wel drie dagen slenteren door een pretpark onder de felle zon van Florida. Met kinderen die allemaal iets anders willen en lange rijen voor elke attractie.

Vorig jaar gingen we naar Seaworld in San Antonio en dat vond ik geen succes. Ik was alleen maar bang dat we een kind kwijt zouden raken, werd gek van de drukte: we moesten echt overal voor in de rij.
Aan het einde van de maand hebben de jongens een lang weekend vrij, dan gaan we skiën. Lekker buiten in de sneeuw en lekker overzichtelijk. Ik ben blij dat dat weekendje weg vast ligt.

‘Ik weet het nog niet’, antwoord ik Julian z’n onuitgesproken vraag. ‘Laten we eerst maar ‘ns film zeven, deel twee kijken.’

donderdag 15 december 2011

Heilige koe

Elke ochtend breng ik Simeon met de auto naar school. De heenweg duurt zeven minuten, waarin ik geduldig honderd waarom-vragen beantwoord. De terugweg duurt minimaal 20 minuten, waarin ik naar radio 99.5 luister, ons lokale radiostation, naar de ochtendshow met de gebruikelijke ingrediënten.
Een presentator -Kane in dit geval- drie sidekicks die strijden om wie de grappigste opmerking kan maken, muziek uit de Top tien, Telegraaf-nieuws waar luisteraars ter plekke op kunnen reageren, het item waarin een argeloze man of vrouw gratis een bos rozen mag versturen naar een speciaal iemand -de verkering luistert mee en wee de gebeente als de rozen naar de geheime minna(a)r(es) gaan- en dat alles voorzien van een vleugje seks.
Kortom, simpel vermaak dat je onmiddellijk vergeet als je de auto uitstapt. Gisteren bracht 99.5 echter een item waar ik bijna op heb gereageerd.

De Amerikaanse raad voor Transportveiligheid heeft het aangedurfd om te suggereren al het telefoongebruik in auto’s te verbieden, inclusief hands free bellen. De raad kwam met het advies na een kettingbotsing in de staat Missouri, veroorzaakt door een 19-jarige automobilist die in de dertien minuten voor het ongeluk elf SMSjes verstuurde.
Kane en z’n kornuiten waren des duivels en waren het roerend eens dat zo’n ban er nooit zou komen.
‘We zijn er zo aan gewend om altijd bereikbaar te zijn, zowel telefonisch, via SMS of on line, dat verandert niet als we in de auto stappen’, vond side-kick Eric.
Sarah, de enige dame in de show: ik ben gewend aan multi-tasken. Als ik niet meer mijn telefoon mag gebruiken, dan ga ik m’n make up verzorgen.’

De discussie op de radio en de reacties van luisteraars, gaf de kern van de Amerikaanse cultuur prijs: ‘kom niet aan mijn vrijheid op weg’. De auto is heilig, automobilisten onaantastbaar en de gevoelde noodzaak om altijd online te zijn onbespreekbaar. Het maakt die andere hot topic uit de Amerikaanse cultuur: ‘better safe than sorry’ en ‘veiligheid voor alles’ tot een lachertje.

Terwijl ik luister naar alle verontwaardigde luisteraars die de show bellen en de neiging krijg om ze te laten weten dat in Nederland bellen achter het stuur al lang niet meer mag, rem ik voor het zoveelste rood licht. Automatisch reik ik naar m’n iPhone om even snel m’n email te checken.

maandag 24 oktober 2011

Techniek

Enthousiast sluit ik de iPhone op de laptop aan. Eindelijk is iCloud beschikbaar, een online service van Apple,waarmee we onze email, adressen, foto's, documenten, maar vooral onze kalenders met elkaar kunnen delen. Halverwege het uploaden van de nieuwe software, waarmee mijn iPhone ook bij ons stukje van de Apple-wolk kan, krijg ik opeens een rood signaal op het scherm. De telefoon is gecrasht en doet niets meer dan blijmoedig het appeltje-met-een-hap-eruit laten zien. Stampvoetend loop ik door het huis, gooi de iPhone bijna door het raam. Techniek is er om mij te helpen en moet het dus gewoon altijd doen.

Met Harro z'n telefoon in m'n tas -ik moet toch kunnen bellen als het nodig is- stap ik met Julian en Daniël in de auto. We gaan samen met Julian z'n vriendje Alex en zijn moeder naar Dolphin Tale, een film over een dolfijn die aanspoelt aan de kust van Florida. Hij overleeft het, maar z'n redders moeten zijn staart, verstrikt geraakt in een krabbenfuik amputeren. Pas met een speciaal voor het dier gemaakte kunststaart kan Winter, de dolfijn, weer vrolijk rondzwemmen.
'Heb je je iPhone bij je?' vraagt Julian in de auto.
'Waarom, hij doet het toch niet?'
'ik denk dat Alex hem wel kan maken, die weet alles van computers.’ Julian heeft het volste vertrouwen in z'n vriend.
En inderdaad, als we na de film gaan eten, drukt Alex op wat knopjes en opeens doet ie het weer. iCloud staat er niet op, maar al mijn andere gegevens wel. Bovendien weet Alex ook nog vertellen wat er mis is gegaan. Ik voel me ontzettend dom, maar ben wel blij dat ik weer kan bellen.

'Kom Siem, in de auto, je moet naar school.' Het is maandagmorgen, we zijn al laat.
Ik gesp Simeon vast, ga achter het stuur zitten, steek de sleutel in het contact, draai 'm om en hoor niets. Er gaat nog geen lampje branden, ook niet na drie keer proberen.
Stampvoetend ren ik naar binnen om de sleutel van Kim d'r auto te halen en nog steeds boos, rij ik naar school.
'Je zult de wegenwacht moeten bellen,' weet Harro als ik hem bel om te vragen wat nu.
Ik bel en krijg drie keer een nieuw bandje voordat ik kan gaan vertellen wat er mis is. Ontmoedigd, hang ik op. Dit wordt niets, ik heb die auto nodig, hij moet het zo snel mogelijk weer doen.
Opeens komt het beeld in me op van dezelfde auto die in de Texaanse hitte niets meer deed. Annemarie, onze toenmalige au pair, had een slimme opmerking: 'het is vast de accu.' Zij wist hoe je startkabels moest hanteren en inderdaad deed de auto het toen weer.
Sinds die tijd heb ik startkabels in de auto. Ik haal ze te voorschijn en zet Kim d'r auto zo dichtbij als kan. Netjes de gebruiksaanwijzing volgend, sluit ik de zwarte en de gele haken aan en warempel, na even haperen, gaat de motor aan. Ik kan in ieder geval naar de garage rijden waar ze een nieuwe accu in de auto zetten.
Techniek, het moet het gewoon doen. Maar soms is het wel handig als je een beetje weet hoe het werkt.

donderdag 29 september 2011

Sociaal leven

Mijn iPhone draait overuren. Gebruikte ik ‘m in Houston vooral als emailontvanger en -verzender -dus zeg maar als intermediair tussen Nederland en Texas- en belde ik er af en toe mee, hier stroomt opeens mijn berichtenapp over en rinkelt de telefoon regelmatig. Ik had snel in de gaten dat ik m’n Facebook account vaker moet checken; sociale media worden hier actief gebruikt om in contact te blijven als er even geen tijd is om koffie te drinken.

Met de vriendin waarmee ik na wat zoeken in de agenda’s wel tijd vindt om koffie te drinken, spreek ik af in een schattig koffiebarretje in Church street. Dit is dé centrale straat in Vienna met boetiekjes, oude huizen en leuke restaurants. Vergelijkend met Nederland is het niet veel, terugkomend uit Houston heeft Vienna met deze straat opeens veel charme en een echt historische centrum.
We gaan aan een tafeltje zitten met onze cappuccino in een echte mok en praten over zaken die er toe doen: haar overleden moeder, de manier waarop de Obama-regering wordt tegengewerkt, huwelijkse perikelen.
Aan een tafeltje wat verderop staat een groepje moeders op. ‘Hé,’ roept er ééntje als ze mij ontwaart, ‘jij was toch verhuisd? Zijn jullie terug?’ Ik knik en vertel over de verhuizing en dat we inderdaad terug zijn op Freedom Hill. ‘Leuk’, zegt ze. ‘Dan zie ik je vast wel weer op school.’

‘We kunnen aanstaande zondag niet, maar komen graag een andere keer pizza’s eten’, smst een Nederlandse moeder. Haar twee zonen -Jaap en Pieter- zwemmen in dezelfde groep als Julian.
‘Wie heeft er zin om naar de film te gaan?’, emailt een andere dame, met kinderen bij Simeon op school. ‘Je hoeft niet te reageren, gewoon komen.’
‘Angus wil graag een keer met Simeon spelen, wanneer schikt het?’ Deze vraag komt via Facebook binnen, maar we spreken echt wat af als we elkaar de volgende morgen op school treffen.
Bij de Wholefoods, waar ik met Simeon wil gaan lunchen, tref ik Alex z’n moeder. Niet zo gek want ze houdt als wij van biologische producten. Ze komt snel een keer koffiedrinken. Terwijl we staan te praten, zwaait Simeon naar een meisje uit z’n klas.
Als Simeon en Daniël buiten fietsen, komen er twee buurvrouwen naar buiten om kennis te maken. 'Jullie komen uit Nederland, toch? Dat hoorde ik van Lisa', begint een oudere dame het gesprek. Lisa is de moeder van Sophia, een meisje met het syndroom van Down dat bij ons om de hoek woont -en dus in hetzelfde special onderwijsklasje zit als Daniël.

Het lijkt allemaal zo gewoon, het zijn hele normale sociale contacten. Maar na twee jaar relatieve stilte in Houston moet ik er aan wennen. En m’n iPhone ook.