Posts tonen met het label Nederlands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlands. Alle posts tonen

donderdag 12 januari 2012

Makkie

‘Mam, weet je ook een synoniem voor admire?’ Ik sta -uiteraard-op het punt om Simeon naar school te brengen als Julian vanuit de keuken roept. Hij zit over z’n huiswerk gebogen, zijn school begint pas over een uur.
‘Pff’, reageer ik en ik pijnig mijn hersens terwijl ik Simeon maan tot opschieten. Bewonderen, bewonderen? Wat is er nog meer bewonderen in het Engels? ‘Fancy, misschien?’
Julian knikt blij: ‘ja dat kan wel.’
‘Of zeg je in het Engels ook ‘to look up to someone', net als je in het Nederlands naar iemand kan opkijken?’
‘Ja, vast wel, maar ik schrijf nu fancy op dat is korter’, Julian kiest voor de makkelijke weg en gaat naar het volgende woord.

Ook al spreek en schrijf ik iedere dag Engels, het blijft lastig om met de taal te spelen. De woorden komen niet vanzelf, kruiswoordpuzzels of (taal)grapjes maken is moeilijk. Net als Julian helpen bij z’n huiswerk. Zeker nu hij ouder wordt en de stof steeds moeilijker. Vooral ook omdat z’n Engels eigenlijk beter is dan het mijne.

Kletsen in het Engels met een kop koffie gaat goed, maar toen ik vorige week aan de keukentafel zat bij de moeder van Roos merkte ik dat eenzelfde gesprek in het Nederlands veel minder vermoeiend is.

Daarentegen kan ik met gemak een discussie voeren over het Amerikaanse geïntegreerde onderwijs in het Engels. Het jargon kent geen geheimen voor me en ik voel de gevoeligheid van de verschillende woorden aan. Veel moeilijker is het om diezelfde discussie in het Nederlands te voeren. Dan zoek ik opeens naar woorden - mag gehandicapt in het Nederlands? Of spreek je dan van zorgintensief? De Engelse termen lijken handiger, iedereen snapt wat je bedoelt met ‘special needs’ en ik moet de neiging onderdrukken om m’n Nederlandse verhaal te doorspekken met Engels.

Maar Julian is niet geïnteresseerd in het wel en wee van ‘t onderwijssysteem waar hij elke dag naar toe gaat. Hij werkt z’n lijst synoniemen af en slaat opgelucht z’n schrift dicht.
‘Is het af?’ vraag ik als Simeon op school zit. ‘Dan kan je vanmiddag fijn je Nederlandse huiswerk maken.’ Dat is altijd een makkie, voor mij dan.

woensdag 16 november 2011

Spellen

‘Kom Julian, we zijn nu toch bezig, zullen we je Nederlandse huiswerk ook maar meteen doen?’ Het is half negen, de schoolbus komt pas over een half uur. Julian heeft net gebogen gezeten over z’n Engelse spellingsoefeningen en klaagt dat ze zo saai zijn.
‘Ja,’ beaam ik meteen, 'ze zijn ook saai.’ Ik leg uit dat dat vooral komt omdat de Engelse spelling zo weinig regels volgt. ‘Er zit dan niets anders op dan die moeilijke woorden te herhalen en te herhalen.’
‘Bleuh, saai en nu ook nog Nederlands.’
‘In tegenstelling tot het Engels, heeft de Nederlandse spelling meer regels en is het makkelijker als je de regels eenmaal kent’, voeg ik er aan toe.

Braaf ruimt Julian z’n Engelse huiswerk op en en pakt z’n map met alle papieren van de Nederlandse les.
‘Wat moest je doen?’
‘We moesten de oefeningen op bladzijde tien en elf maken, ik was al tijdens de les begonnen.’
Ik kijk mee, terwijl Julian vlijtig begint te schrijven. Ah, werkwoordsvervoegingen, altijd interessant.
‘Ik vind, hij vind’, schrijft Julian. En: ‘ik antwoord, hij antwoord.’
‘Mmm, wacht even’, zeg ik.
‘Dat is toch goed? Ik hoor een T, bij allebei.’
‘Ja, dat klopt, maar de Nederlandse taal is een beetje gek. Zoals ik zei, willen we altijd graag de regels volgen en dan doen we hier ook. Als ik zegt ‘ik kook’, wat is dan hij?’
‘Hij kookt.’
‘Precies, dus hoe schrijf je dan hij vindt?’
‘Met een dt? Nee toch, dat is echt belachelijk.’

Ik haal mijn schouders op en vertel Julian dat waarschijnlijk iedereen het met hem eens is. ‘Maar uiteindelijk is het makkelijker om de regels te volgen, nu kan ik je het in ieder geval uitleggen.’
‘Ja, net als de ij en de ei zeker en er zijn ook geen regels welk woord de krijgt en welk woord het’, haalt hij mijn positieve insteek over het Nederlands onderuit.

maandag 3 oktober 2011

Nederlands

Sinds een paar weken staan we op zaterdagochtend vroeg op. Het is even doorbijten als de wekker gaat, zeker omdat het afgelopen zaterdag ook nog ‘ns ontzettend koud was -‘het lijkt hier wel Houston in de winter’, wist Julian-, maar eenmaal in de auto is iedereen vrolijk. Vrolijk, want wonder boven wonder vinden ze de Nederlandse school waar ze iedere zaterdagochtend drie uur doorbrengen, leuk.

Afgelopen zaterdag waren de eerste tien-minuten-gesprekken, om kennis te maken met de leerkrachten en te bespreken waarom we onze kinderen naar de Nederlandse school sturen.
Simeon z’n juf vond het fijn om te horen dat hij graag naar school komt. Wij vonden het fijn om te horen dat ze tevreden was over z’n taalgebruik. Zelf vinden we dat hij er thuis nog steeds zooitje van maakt, door Nederlands en Engels te mixen. Blijkbaar mag dat thuis en let hij beter op wat hij zegt bij juf Lia in de klas.
We legden aan meester Pascal uit dat áls we over twee jaar terug gaan naar Nederland, dat Julian dan wel goed mee moet kunnen in de brugklas, vandaar de Nederlandse school. ‘Bovendien,’ voegde ik er aan toe, ‘is drie uur in de klas een stuk makkelijker dan elke week de lessen maken via digitale school.’ Hij vond dat Julian enthousiast meedeed en prima in groep zeven past, ook al betekent dat, dat hij groep zes overslaat.

Als laatste was het gesprek met juf Martine aan de beurt, Daniël z’n juf. Omdat de voetbalwedstrijden op het punt van beginnen stonden, reed Harro met Julian en Simeon terug en stapten Kim en ik bij groep drie binnen.
Juf Martine had van te voren wat reserves gehad. Ze had geen ervaring met kinderen met Down en wist het allemaal nog niet. Nu was ze helemaal enthousiast. ‘Wat leest hij goed! Het gaat helemaal prima!’ Wel voegde ze er aan toe dat ze blij was dat Kim in de klas was, dat was wel echt nodig. ‘Daarom is ze er ook’, reageerde ik.

Drie gesprekken, drie keer heel positief. Terug naar huis met alleen Daniël in de auto die naar Dikkertje Dap luisterde, had ik de neiging om al dat positivisme met een korrel zout te nemen: het zou wel weer op z’n Amerikaans aangedikt zijn.
Maar toen realiseerde ik me dat dit Nederlandse leerkrachten waren, die vast op z’n Nederlands recht voor z’n raap waren. Het gaat dus goed en dat maakt het veel eenvoudiger om volgende week zaterdag wederom vroeg op te staan.