vrijdag 29 april 2011

Maat 38

Met m’n handen in m’n zij sta ik in onze enorme inloop kledingkast. Wat zal ik vandaag weer ‘ns aantrekken? De driekwart spijkerbroek die ik ooit in Rockanje in een boetiekje vond met die aardige verkoopster, is echt versleten. De t-shirts die ik nog niet eens zo heel erg lang geleden heb gekocht vertonen slijtgaatjes omdat ik tegenwoordig een riem -met grote stoere gesp- om mijn korte broeken draag. Het is eigenlijk hoog tijd voor een bezoekje aan de kledingwinkels in de mall.

Sinds januari werk ik me drie ochtenden per week in het zweet op het roei-apparaat dat al maanden in onze slaapkamer staat en me steeds verwijtender ging aankijken. Sinds januari laat ik ook al het ijs, snoep en chocola staan en schep ik ‘s avonds maar één keer mijn bord vol.
Sinds januari durf ik iedere week op de weegschaal te staan en langzaamaan zakt het aantal pounds dat in het venstertje te zien is. Nu ik over de eerste schrik heen ben, in pounds weeg je opeens wel erg veel, heb ik veel plezier van mijn Amerikaanse weegschaal. Iedere week een halve pound klinkt beter dan iedere week twee ons.

Dus sta ik in onze kledingkast en haal een oude witte broek van het haakje. Zou ik ‘m weer passen? Aangemoedigd omdat ik de rits met gemak dicht krijg, durf ik het aan en ga naar de mall.
Bij de Ann Taylor, mijn favoriete winkel, neem ik gewoontegetrouw een broek in maat tien mee naar de paskamer. Ik trek ‘m aan aan draai naar de passpiegel. Ik hijs de broek omhoog, die als ik ‘m loslaat, weer halverwege m’n heupen zakt. Te groot.
Maat acht is de Amerikaanse equivalent van maat 38. Nu zullen de Amerikaanse maten vast wat ruimer zijn dan de Europese, maar toch. Het is wel erg lang geleden dat ik een broek in maat 38 in de kast had hangen.

donderdag 28 april 2011

Langs de lijn

Komende zondag is het de laatste keer dat Julian in het rood met blauw speelt van ‘Space City Football Club’, de lokale voetbalvereniging. Niet dat hij er zelf een traan om zal laten, zo geweldig vindt hij de club niet, maar het is onze eerste ‘laatste keer’ hier in Texas. Onze laatste voetbalzondag waarbij we ons in logistieke bochten moeten wringen om zowel Simeon als Julian te laten spelen.

Op woensdagavond komt altijd het schema binnen. Julian z’n groep is 25 jongens groot en elke week worden daar drie teams van gemaakt, voor drie wedstrijden. Julian speelt om half twee en half drie. Om vijf uur is de derde wedstrijd, maar daar wordt hij niet meer voor opgesteld. Harro vliegt om zeven uur, hij is om vier uur weg en ik weiger om met Simeon en Daniël een uur langs de lijn te zitten als ik er ook nog ‘ns 40 minuten (enkele reis) voor moet rijden.
Daniël heeft zondag toch al pech. Simeon speelt om één uur -uiteraard uit, terwijl Julian thuis speelt- dus Daan moet al mee. Mag hij fijn een uur zittend in z’n tuinstoeltje kijken en Angry Birds spelen. Bovendien is de lente hier voorbij, gisteren was het 34 graden. Het is geen lol meer om de hele middag buiten op het veld te zitten.

Na deze laatste keer voetbal in Houston, volgt uiteraard in de herfst de ‘eerste keer’ in het shirt van 'Vienna Youth Soccer'. En dan beginnen de logistieke bochten opnieuw. VYS heeft een team speciaal voor kinderen die net als Daan de gewone jongens niet bij kunnen houden. Zodat we dan vast zondagen hebben dat we op drie velden tegelijk moeten zijn. Ik kijk er nu al naar uit.

woensdag 27 april 2011

Sprookje

‘Volg jij hét huwelijk ook?’ Ik zit met twee moeders aan de rand van het zwembad terwijl onze jongens zwemles hebben en een van de twee haalt het Duitse Bild uit haar tas. Haar Duitse schoonouders wonen om de hoek en ondanks dat ze zelf een rasechte Amerikaanse is, spreekt ze vloeiend Duits.
Ik ontken eerst, maar moet al bladerend in het roddelblad toegeven dat ik het eigenlijk wel geïnteresseerd ben. ‘Ik heb vorige week de documentaire gezien over hoe ze elkaar ontmoet hebben en eigenlijk was het best leuk’ beken ik eerlijk. ‘We hadden ons eigen sprookjeshuwelijk in 2002’, kan ik niet nalaten te vertellen.

Het gaat uiteraard om het huwelijk tussen Kate en William aanstaande vrijdag. Bij gebrek aan een eigen koningshuis, hebben de Amerikanen zich het Britse koningshuis toegeëigend. De roddelbladen hier staan al weken vol over het koninklijk paar, op de vele tv-zenders is niet veel anders te zien. Net als in de UK, wordt elk detail uitgesponnen en uitgekauwd.
Het Bild komt met foto’s van andere Koninklijke koppels. Met de twee zwemmoeders bewonder ik trouwjurken en wijs op de foto van Maxima en Alexander. ‘Dat was op 02-02-02’, merkt de half Duitse moeder op. Ik vertel over die dag en het mooie weer dat het echt bijzonder maakte.
De Amerikaanse aandacht voor andermans koningshuizen, voedt mijn gedachte dat we als ‘het volk’ een sprookje nodig hebben. Een sprookje met echte mensen erin, om bij te zwijmelen, over te roddelen, van te genieten van ze fouten maken, en mee te leven als er iets ergs gebeurt. Ik zie een in en in treurige Beatrix voor me in de kerk van Delft bij de begrafenis van prins Claus, maar jullie denken wellicht eerder aan ‘Apeldoorn’. En wie herinnert zich niet de tranen van Maxima bij het aanhoren van het lied ‘Adios Nonino' op de bandoneon?

De documentaire die SBS6 vanavond uitzendt, ‘Prins William & Kate: van romance tot koninklijk huwelijk’ heb ik inderdaad vorige week gezien en is zeker de moeite waard. SBS6 gooit er vanavond ook de film tegenaan die over het leven van de geliefden is gemaakt en volgens Lisette goed voor een heerlijk avondje tv-hangen. Kijken dus!

dinsdag 26 april 2011

Veilger

Ik heb weer een tripje naar de Apple Store achter de rug. Ik kan nog steeds workshops volgen om de Mac beter te leren kennen, en daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt. Ik had een poging gedaan om zelf Adobe Flash te installeren. Maar toen de computer om een wachtwoord vroeg en mijn standaardwachtwoord niet voldeed, zat ik met mijn handen in mijn haar. En zonder Flash werkt er veel niet in de cyberworld.

De workshop ging over de beveiliging van mijn laptop. Mijn trainer liet een handige app zien waarmee hij al zijn wachtwoorden beheert. Deze app geeft niet alleen een overzicht van de wachtwoorden die je gebruikt, het genereert ook random wachtwoorden voor je, die vooral heel veilig zijn. 1Password heet de applicatie en ik heb ‘m meteen maar gedownload. Want ja, om eerlijk te zijn gebruikte ik hetzelfde wachtwoord op verschillende plaatsen, wat uiteraard geen goed idee is. Ik heb de halve ochtend besteed aan het reorganiseren van de toegang tot verschillende sites en ga vanavond rustiger slapen.
Een ander onderdeel van een veiligere laptop is het gebruik maken van een back up. Apple verkoopt losse harddrives met een ingebouwde router die automatisch een back up maken van al je bestanden. Nuttig, lijkt me. Want als nu mijn laptop gestolen wordt, ben ik alles kwijt. Inclusief het manuscript voor mijn boek dat ik nog moet inleveren. Die losse harddrive is natuurlijk wel aan de prijs, Apple blijft kampioen marketing.
Ik weet nu ook hoe ik een aparte account kan aanmaken, met parent control erop. Zodat Daniël niet weer met zijn kleine vingertjes mijn bureaublad kan ruïneren.

Mijn trainer had het euvel van de Flash snel gevonden: er was nog geen wachtwoord ingevoerd. Ik voelde me een dom gansje, dat ik daar zelf niet aan had gedacht. Met een simpele hit op de enter-knop had ik binnen een minuut Flash en deden opeens alle foto’s en filmpjes het. ‘Let alleen op,‘ waarschuwde mijn apple-onderwijzer, ‘Flash vraagt ontzettend veel van je batterij en is niet zo stabiel. Je laptop is niet veiliger geworden met deze software.’

maandag 25 april 2011

Beter weten

‘Morgen gaan we met de auto rijden en in een hotel slapen.’ Het is vrijdagavond en ik zit met Simeon en Daniël over de kalender gebogen. ‘Jippie, hotel!’ roepen ze in koor.
‘Voordat we naar het hotel gaan, gaan we eerst in het bos wandelen en in een bootje varen’, voeg ik er aan toe. ‘Ja, leuk bos!’ Daniël is er meteen voor te vinden.
‘Nee, wil niet in de boot varen. Eerst naar hotel en dan in de boot’, Simeon denkt het weer eens beter te weten.
‘Nee, Siem, we gaan eerst op het water en dan naar het hotel’, reageer ik.
‘Nee, eerst hotel’ en ik krijg een boze blik.

Standvastig als altijd begint hij er zaterdagochtend meteen weer over. ‘Ik wil niet in de boot varen. Ik wil eerst naar hotel, dan pas in de boot. Echt waar mama’, zeurt hij aan mijn hoofd terwijl ik het huis opruim en het aanrecht poets. We zijn het hele weekend weg en je weet nooit of er nog kijkers komen.
Ook in de auto houdt Simeon vast aan z’n hotel-boot volgorde, maar dan trekt de Diego op het kleine schermpje z’n aandacht en lijkt hij ‘t te vergeten.
Na drie uur naar het noordoosten rijden, draaien we de ingang van het Martin Dies jr. State Park op. We parkeren bij de receptie en duimen dat er nog kano’s te huur zijn, we zijn best laat. Maar gezien de wind worden er geen kano’s verhuurd.
De vriendelijke Ranger wijst ons op de kaart aan waar we kunnen zwemmen en picknicken. ‘Vergeet niet dat we om drie uur de slangen gaan voeren in het Natuurcentrum’, voegt hij er aan toe. We gaan picknicken, zwemmen in de hoge golven -er staat inderdaad veel wind- en om drie uur kijken we hoe een slang een muis verorbert.

Dan rijden we naar het hotel, waar we nog meer zwemmen, een kussengevecht houden en SpongeBob kijken. Zondagochtend staan we vroeg op, het lijkt erop dat het nog niet zo hard waait. We mogen met de kano’s het water op, als we beloven na twee uur terug te zijn, voordat de wind weer aantrekt.
We pakken de rugzak met water en koekjes, smeren met zonnebrand en muggenspray en sjorren de kano’s het water in. Als ik de kano stil hou, zodat Simeon kan instappen, komt hij met z’n commentaar: ‘zie je wel mama, we gingen eerst naar het hotel en nu in de boot.’ Tja, wat moet ik daar nu op antwoorden?