Posts tonen met het label huis kopen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huis kopen. Alle posts tonen

dinsdag 10 april 2012

chocoladevlekken

Terwijl we in New York zijn en we in het hotel moeten betalen voor wifi met een minuscule bandbreedte, komen er emails met enorme bestanden binnen: koopkontrakt, hypotheekofferte, aanvullingen op het koopkontrakt aangaande de overdrachtsbelasting.
We mailen terug naar Breda: ‘vijdag zijn we weer thuis, dan zullen we er naar kijken’ en nemen de jongens mee in de metro in de richting van the Empire State Building.

Donderdagavond stappen we uitgeblust uit de taxi die ons van het treinstation in DC naar huis bracht, openen de voordeur en laten de koffers op de mat vallen. We nemen niet eens de moeite om ze naar de betreffende slaapkamers te tillen, maar halen de pyjama’s en tandenborstels eruit en stoppen iedereen, inclusief onszelf, voor acht uur in bed.
Na een karig ontbijt op vrijdagochtend -nogal verwend na drie ochtenden in het hotelrestaurant eieren en fruitsalades eten- stappen we over de koffers heen naar de computer. Eerst maar ‘ns al het papierwerk regelen. De verkopende makelaar had al een ongeruste email gestuurd waar het koopcontract bleef.
We zetten ontelbaar vaak onze paraaf en handtekening op drie kopieën van elk document. We scannen één kopie en sturen die per email naar de makelaar. De andere exemplaren gaan in een net mapje, die neemt Harro volgende week mee naar Nederland. Hij zal ze persoonlijk in Breda afgeven.

Het voelt wat ongemakkelijk als ik later op de vrijdagochtend toch maar die koffers ga uitpakken.Ik zoek de was uit -fijn van die shirts met ijs en chocoladevlekken die al sinds maandag in een plastic tasje zitten- en bedenk me dat ik een handtekening heb gezet waarmee ik afspreek met de bank dat de verantwoordelijkheid neem voor een enorme lening. We hebben de mensen bij de bank niet gezien, onze tussenpersoon van de hypotheekshop alleen via de telefoon ontmoet, laat staan dat ik het huis heb gezien waar ik nu formeel eigenaar van ben.

Ik moet het wel accepteren, dit hoort blijkbaar bij het leven aan deze kant van de oceaan. Als de wasmachine draait, klik ik de geheugenkaart van het fototoestel in de laptop en ga lekker samen met de kinderen de foto’s van onze fantastische stedentrip naar the Big Apple bekijken.

dinsdag 27 maart 2012

No worry, no hurry

Met prikkende ogen ploeterde ik gisteravond op een email aan Julian z’n juf. We hadden er weer een fijne dag van alle ballen in de lucht houden opzitten en zaten uit te hijgen op de bank. Het regelen van een bouwkundige keuring, hypotheek, zomervakantie, notaris, tijdelijk huis voor eerste Nederlandse maanden, het leek allemaal overeind te blijven. Alleen de bal van Julian z’ n schoolwerk dreigde te vallen, dus moest die email aan de juf nog verstuurd.

Julian is vorige week de hele week ziek geweest. Hij had een fikse keelontsteking te pakken, met koorts, hoofdpijn en algehele malaise. Toen ik hem op woensdag meenam naar de dokter, kreeg hij wonder boven wonder geen medicijnen.
‘Het is een virale infectie, daar kunnen we niets tegen doen’, vertelde de dokter. ‘Lekker laten uitzieken.’ Ze adviseerde zelfs om zo min mogelijk pijnstillers te geven zodat de koorts en de natuurlijke afweer hun werk konden doen. Hogelijk verbaasd stond ik weer buiten, dit zeer Nederlandse advies heb ik in zes jaar VS nog niet gehoord.
Niet alleen ziek zijn is vervelend, Julian verveelde zich ook nog eens ontzettend én liep na een paar dagen achter op school.
Na herhaaldelijk aandringen van mijn kant, stuurde de juf een pakketje huiswerk met een vriendje mee. Braaf ging Julian vrijdagochtend aan tafel zitten en samen bespraken we wat hij wanneer zou doen.

Op maandagochtend stuurde ik de juf een berichtje: ‘het is nog niet af, maar hij is wel weer beter.’
No worry, no hurry’, schreef ze terug. ‘We zijn al lang blij dat hij er weer is.’
Gerustgesteld zette ik ‘schoolwerk Julian’ uit m’n hoofd en ging me inlezen in de hedendaagse Nederlandse hypotheekvormen.

Maar gisteren uit school, bleek dat Julian ‘s ochtends meteen een rekenproefwerk had moeten inhalen en vandaag een test zou hebben over vulkanen, rotsen en aardbevingen. Alle lessen daarover had hij gemist. Met de laptop erbij, hielp ik hem zo goed en zo kwaad als het ging.

‘Sorry,’ typte ik gisterenavond op de bank naar de juf, ‘het komt op mij niet over als ‘no worry, no hurry.’ Met een laatste restje energie probeerde ik een zo vriendelijk mogelijke Engelse email te sturen.

donderdag 22 maart 2012

Half af

Om half zes staat Julian aan mijn bed, kreunend en steunend zoals alleen een man (groot of klein) die zich ziek voelt, dat kan. Ik stap eruit en geef hem pijnstiller en neusspray. ‘Kom maar bij mij in bed liggen’, zeg ik grootmoedig en kruip zelf ook onder de dekens.
Maar slapen lukt niet meer. Ik check mijn email op berichten van Harro of de makelaar, de Nederlandse dag is tenslotte al begonnen. Instemmend lees ik dat de makelaar ons bod op dat ene mooie huis heeft overgebracht.

Net als ik op het punt sta om Simeon naar school te brengen -‘kom op Siem, nu echt je schoenen aan doen’- belt de assistente van de orthopeed die naar mijn elleboog moet kijken omdat de infectie niet weg wil. ‘Ik bel om de afspraak te bevestigen en uw gegevens te noteren’, begint ze. Ik zucht en begin m’n adres te spellen, accepterend dat we te laat op school komen.
Ik lever Siem af in de klas en stop voor de terugweg mijn iPhone diep weg in m’n tas. Emails van de makelaar kunnen ook wachten tot ik thuis ben, laat ik me nu op de weg en het drukke verkeer concentreren voordat er echt iets mis gaat.

Weer thuis, moedig ik Julian aan om toch echt iets te eten. Met een boterham met hagelslag kruipt hij achter z’n Pokémon-filmpjes. Ik open de email en reageer op berichten over dat ene huis en klik op Funda, dat tegenwoordig onder mijn favorieten staat, om voor de zoveelste keer de foto’s te bekijken.
De makelaar stuurt een tweet, die ik met een kwinkslag retourneer. Ondertussen weet mijn hele digitale netwerk dat we naar Breda gaan verhuizen, het kan geen kwaad daar nog ‘ns op te wijzen.
Net voordat ik m’n tanden ga poetsen, omdat ik eindelijk een afspraak met de tandarts heb gemaakt, belt Harro: ‘er is een tegenbod. Wat doen we, bieden we over de vraagprijs ja of nee?’

‘Pap, wacht even ik bel je zo terug, de verpleegster van school belt op de mobiel’, haastig hang ik op en ontgrendel de iPhone. Voordat ik ‘hello’ zeg, roep ik Julian: ‘wil je zelf even in de soep voor je lunch roeren?’
‘Niks aan de hand’, zegt ze. ‘Daniël heeft z’n voorhoofd gestoten en wilde zelf heel graag dat ik er naar keek.’
‘En heeft hij genoten van de aandacht die dat opleverde?’ reageer ik.
De verpleegster lacht en verontschuldigt zich: ‘als een kind zich hier meldt, moet ik de ouders bellen.’
Ik bel m’n vader terug en we praten over het droomhuis dat opeens op de markt is en ik vertel over onze overwegingen om eventueel boven de vraagprijs te bieden.

Net als ik eindelijk achter de laptop wil kruipen om m’n stukje voor Lotje&co te typen, staat Julian weer beneden: ‘zal ik dan nu mijn spellingshuiswerk maken?’
‘Goed plan.’
‘Help je me? Het zijn moeilijke woorden.’
Ik knik en open een site naar een Engels woordenboek, het zijn inderdaad rottige woorden deze week.
‘Klaar!’ zucht Julian een half uur later en ik keer terug naar Pages om een volgende alinea te schrijven. Tussendoor belt Harro en vertelt over z’n gesprek met de makelaar.

Voordat ik kan antwoorden, belt de schoolverpleegster opnieuw. ‘Daniël heeft twee plasongelukjes gehad, kunt u schone kleren komen brengen?’ Ik pluk een schone broek uit de kast en stap in de auto. Het half geschreven stukje voor Lotje aan z’n lot overlatend.

maandag 19 maart 2012

Tureluurs


Om kwart voor negen zaterdagochtend, lopen we het makelaarskantoor binnen.
‘Willen jullie nog koffie?’ vraagt de makelaar. We schudden ons hoofd, we hebben al koffie gehad in het hotel.
‘Oké, dan gaan we!’
We stappen bij hem in de auto, nieuwsgierig wat de dag ons gaat brengen en helemaal klaar om elf huizen van binnen te gaan zien.

Al rijdend vertelt de makelaar over de wijken en wij kijken mee op de kaart.
‘Hier heb ik gisteren gefietst’, wijs ik.
‘Ik heb gisteren thee gedronken met de moeders die ik hier toevallig ken en ben met ze meegefietst om kinderen uit school te halen. Ik had een fiets op het station gehuurd’, leg ik uit als de makelaar vragend kijkt.
Het eerste huis staat in de nieuwbouwwijk waar we op papier niet zo van gecharmeerd waren. Maar het valt alles mee: het wijkje ligt helemaal niet achteraf, maar juist heel centraal, het huis groot en comfortabel.
Het tweede huis is onze favoriet. Opgelucht stappen we na de bezichtiging weer in de auto: het is inderdaad een mooi huis, mooie tuin en het bijbehorende tuinhuis biedt heel veel mogelijkheden. Ik zie al logeerfeestjes voor me van Julian met vrienden.
Wel vraag ik me af hoe rustig de wijk is, het voelt hier wel een beetje achteraf. Toch zetten we een uitroepteken achter het adres en gaan door naar de volgende huizen op onze planning.
Eén voor één vallen er huizen af. Te dicht bij een drukke weg, lelijke lichtblauwe tegels in de badkamers en keuken, te klein, teveel een opknapper, te ver weg van de stad. Als we snel een broodje eten is de makelaar optimistisch: ‘het gaat goed, ons lijstje wordt klein!’

Maar in de middag zeggen we steeds vaker: ‘ja dit huis zou kunnen.’ We zien grote huizen die mooi opgeknapt zijn met spannende vides in de slaapkamers, huizen met karakteristieke kenmerken en we rijden ook terug naar het nieuwbouwwijkje, omdat daar meer huizen te koop staan.

Tureluurs van alle keukens, trappen en badkamers, zitten we diep in de middag weer op het kantoor van de makelaar, nu wel met koffie voor onze neus. ‘Is dat ene huis nog steeds jullie favoriet?’ vraagt hij.
We schudden ons hoofd en zuchten diep.
‘Het is het mooiste huis’, verwoord ik onze twijfel, ‘maar niet in de mooiste wijk.’

We weten het even niet meer en laten de huizen voor wat ze zijn. We gaan uiteten met familie en genieten van ons kleine nichtje dat alweer groot wordt.