Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

woensdag 4 juli 2012

Dat er zo gekeken wordt

Ik sta bij de kassa van de Albert Heijn. Als ik moet afrekenen, kan ik mijn lachen bijna niet inhouden. 35 Euro voor zo’n berg boodschappen? Ik reken het snel om naar dollars, maar zelfs dan is het nog steeds spotgoedkoop. Fluitend steek in m’n pinpas in ‘t apparaat en klets even met de caissière. Pas als de melk, de groente en de fles wijn op de band blijven liggen, realiseer ik me dat ik ze zelf in moet pakken. Hier geen ‘bagger’ die met een vriendelijk goedemorgen mijn boodschappen in de klaarhangende tasjes stopt. Lees verder op Gezinspiratie

vrijdag 29 juni 2012

Netwerk


Julian mocht mee met het schoolreisje van de Internationale school. Maar was ook uitgenodigd om een keer mee te trainen met de Bredase zwemclub. Dus toen ik hem aan het einde van de dag ophaalde van z’n dagje Efteling, reden we meteen door naar het zwembad, ook al was hij eigenlijk doodop.
Simeon en Daniël moesten zeer tegen hun zin mee en een uur op de warme, vochtige tribune zitten. Een zakje chips hielp, maar maakte niet goed dat papa niet kwam opdagen; hij stond in de file. Toen Julian met natte haren uit de kleedkamer kwam, was het al na zevenen, we moesten nog steeds eten. ‘Zullen we ergens wat eten?’ stelde ik voor.

‘Ja, laten we naar Ome Jan gaan’, besliste Harro toen we weer thuis waren.
‘Auto?’ vroeg Daan en keek bezorgd.
‘Nee, niet auto, we kunnen naar het restaurant toelopen.’
Binnengekomen, liepen we meteen door naar het achterste gedeelte van de zaak, waar een groot terras is met een speeltuin.
‘Hé, wat doen jullie hier?’ hoorden we voordat we ook maar hadden kunnen bedenken waar we wilden gaan zitten. We vielen midden in de klassenborrel van Jasper, een jongetje met Down en zijn ouders. De jongens vergaten dat ze hongerig waren en dorst hadden en renden naar de trampoline, glijbaan en zandbak.
Nadat we hadden besteld en wilden gaan zitten, zagen we ouders die we maandagochtend op de Internationale school hadden ontmoet. Zij zijn ook net terug in Nederland -uit Noorwegen- en nog op zoek naar een huis. We bestelden meer bier en wijn en kletsten zoals expats dat doen: waar heb je allemaal gewoond, spreken de kinderen nog Nederlands en hoe ziet je toekomst eruit? Heerlijk ontspannen dus, want hun verhalen waren zeer herkenbaar.
We stelden de mensen uit Noorwegen aan de ouders van Jasper voor en voelde ons een klein beetje onderdeel van een netwerk worden.

donderdag 28 juni 2012

Hadden we vorige week nog een volle sociale agenda, met veel speelafspraken voor de jongens, nu is de agenda leeg. Hadden we vorige week nog het comfort van onze eigen bedden, eigen bank en eigen schilderijen aan de muren, nu zitten we in onze tijdelijke huurhuis aan een tafel die niet van ons is en kijken we naar lampen die we niet eens mooi vinden. Vorige week organiseerde ik die sociale agenda zonder problemen ‘on the go’ met de iPhone: sms, even bellen of een email sturen. Nu ben ik zelfs niet bereikbaar als er iets aan de hand is. M’n Nederlandse nummer en diezelfde iPhone willen elkaar niet. Lees verder op Gezinspiratie

maandag 26 maart 2012

Inrichting

‘Wel heel modern, vooral die keuken!’ reageert mijn Amerikaanse buurvrouw op de foto’s van het huis in Nederland dat binnenkort ons eigendom is. ‘Very clean and very white’, voegt ze er aan toe.
Ik knik, ze heeft gelijk. De grote hoeveelheid wit was ook het eerste wat mij opviel, toen we onze zoektocht naar een Nederlands huis begonnen. Het tweede dat opviel was dat het er eigenlijk overal hetzelfde uitziet.
Lopend door Nederlandse huizen en klikkend door een enorme berg foto’s op Funda, is me helemaal duidelijk wat hip en trendy is op het gebied van wonen in Nederland: naast wit is dat de kleur oranje, grote kleurige schilderijen, een beperkte hoeveelheid stoere, strakke meubels -met één verdwaald kussen op de bank- en houten vloeren.
Mooi, maar -inderdaad- erg modern.

Amerikaanse huizen zijn, voor zover ze al ingericht zijn -meestal komen ze niet verder dan een grote tv, een hangbank en een hometrainer midden in de woonkamer- of heel klassiek met veel koper en krullen of heel Engels met bloemetjes, kant en ruches. In beide gevallen vind je overal kussens. Meestal staan de huizen overvol. Twee, soms drie bankstellen, overal tafeltjes, krukjes, kasten en natuurlijk twee eettafels met bijbehorende zwaar beklede stoelen.

Ik realiseer me dat de meubels die we hier hebben gekocht, niet in het standaard Nederlandse beeld passen. In de afgelopen zes jaar is onze smaak opgeschoven: van net zo modern als de inrichtingen in de huizen waar we doorheen lopen, naar klassiek. We hebben donkerhouten boekenkasten, een groot net zo donker eiken bureau, inderdaad koperen lampen boven een bank met een donkerrode met gouden bekleding. Gelukkig geeft de zeefdruk van Matisse aan de muur er een fris tintje aan, maar toch.
Onze witte eettafelstoelen, nog uit Nederland, zijn afgeragd. Ze zitten onder de pennenstrepen en chocomelvlekken en staan op het lijstje om niet mee te gaan in de verhuiswagen.

‘Maar de straat en het huis zelf, zien er wel erg mooi uit’, vindt mijn buurvrouw.
‘Jullie zijn welkom hoor,’ reageer ik, ‘om het met eigen ogen te komen bekijken. We hebben meer dan genoeg logeerruimte. Het huis is dan wel Nederlands modern, het heeft een puur Amerikaans formaat!’

maandag 19 maart 2012

Tureluurs


Om kwart voor negen zaterdagochtend, lopen we het makelaarskantoor binnen.
‘Willen jullie nog koffie?’ vraagt de makelaar. We schudden ons hoofd, we hebben al koffie gehad in het hotel.
‘Oké, dan gaan we!’
We stappen bij hem in de auto, nieuwsgierig wat de dag ons gaat brengen en helemaal klaar om elf huizen van binnen te gaan zien.

Al rijdend vertelt de makelaar over de wijken en wij kijken mee op de kaart.
‘Hier heb ik gisteren gefietst’, wijs ik.
‘Ik heb gisteren thee gedronken met de moeders die ik hier toevallig ken en ben met ze meegefietst om kinderen uit school te halen. Ik had een fiets op het station gehuurd’, leg ik uit als de makelaar vragend kijkt.
Het eerste huis staat in de nieuwbouwwijk waar we op papier niet zo van gecharmeerd waren. Maar het valt alles mee: het wijkje ligt helemaal niet achteraf, maar juist heel centraal, het huis groot en comfortabel.
Het tweede huis is onze favoriet. Opgelucht stappen we na de bezichtiging weer in de auto: het is inderdaad een mooi huis, mooie tuin en het bijbehorende tuinhuis biedt heel veel mogelijkheden. Ik zie al logeerfeestjes voor me van Julian met vrienden.
Wel vraag ik me af hoe rustig de wijk is, het voelt hier wel een beetje achteraf. Toch zetten we een uitroepteken achter het adres en gaan door naar de volgende huizen op onze planning.
Eén voor één vallen er huizen af. Te dicht bij een drukke weg, lelijke lichtblauwe tegels in de badkamers en keuken, te klein, teveel een opknapper, te ver weg van de stad. Als we snel een broodje eten is de makelaar optimistisch: ‘het gaat goed, ons lijstje wordt klein!’

Maar in de middag zeggen we steeds vaker: ‘ja dit huis zou kunnen.’ We zien grote huizen die mooi opgeknapt zijn met spannende vides in de slaapkamers, huizen met karakteristieke kenmerken en we rijden ook terug naar het nieuwbouwwijkje, omdat daar meer huizen te koop staan.

Tureluurs van alle keukens, trappen en badkamers, zitten we diep in de middag weer op het kantoor van de makelaar, nu wel met koffie voor onze neus. ‘Is dat ene huis nog steeds jullie favoriet?’ vraagt hij.
We schudden ons hoofd en zuchten diep.
‘Het is het mooiste huis’, verwoord ik onze twijfel, ‘maar niet in de mooiste wijk.’

We weten het even niet meer en laten de huizen voor wat ze zijn. We gaan uiteten met familie en genieten van ons kleine nichtje dat alweer groot wordt.

donderdag 15 maart 2012

Ben er klaar voor

Mijn koffer staat klaar,
de taxi is gebeld,
de stoel in het vliegtuig gereserveerd,
het hotel betaald.

Het weekendschema voor de kinderen geprint
met logeerpartijen, verjaardagsfeestje en voetbalwedstrijd.

Koppen koffie afgesproken bij nieuwe vrienden,
een etentje bij oude kameraden.
De bezichtiging van heel veel huizen gepland
een bezoek aan de Internationale School gemaakt.

Een tafel in een gezellig restaurant gereserveerd
voor zeven personen -met kinderstoel voor 't kleine nichtje.

De kaart van Breda zit in de tas.
Ik moet alleen nog naar de kapper...

donderdag 23 februari 2012

Achtbaan

Plotseling zitten we in een achtbaan, en zijn we de controle helemaal kwijt. Ik heb de neiging om mijn handen voor mijn ogen te doen en hard te schreeuwen, maar dat gaat niet helpen deze keer.
In een poging de controle terug te winnen, proberen we kort door de bocht antwoorden te geven op grote vragen: naar welke school sturen we de kinderen? Hoe organiseren we het onderwijs voor Daniël? Waar gaan we wonen? En bovenaan de lijst: Wanneer zullen we vertrekken; nu of aan het einde van het schooljaar?
We vliegen die te korte bochten bijna uit en hebben een heel weekend in New Orléans nodig om een beetje bij onze positieven te komen. We gaan weer verhuizen en dit keer staat Schiphol op ons ticket.

Harro gaat officieel op één april beginnen in Rotterdam en we zouden met z’n allen voor Pasen de oversteek kunnen maken. Maar dan heeft Julian twee keer in één jaar een breuk in z’n onderwijs en met de middelbare school in het vooruitzicht is dat niet goed. Bovendien leert enig voorwerk ons dat we niet binnen een paar weken goed onderwijs voor Daan kunnen organiseren in het land waar aan alle kanten bezuinigd wordt op juist onderwijs voor hem.
Tussen de cocktails en de jazz-muziek door beslissen we, dat we niet meteen op stel en sprong de dozen weer gaan inpakken. Ook al betekent dit dat we -net als vorig jaar- een aantal maanden apart zullen wonen. Ik weet nog goed dat we vorig jaar juli zeiden: ‘dit doen we nooit meer!’

Op zaterdagmiddag regent het pijpenstelen in de stad van Mardi Gras. We vinden het niet eens echt erg. Het dwingt ons om tegenover elkaar te zitten, met ieder een glas wijn bij de hand en de iPad tussen ons in. Harro tikt in: ‘www.funda.nl’ en samen bekijken we Nederlandse huizen.
Als we de filter zetten op 5+ kamers, vallen er veel huizen af. Als we vervolgens zelf selecteren op ‘zo’n grote tuin dat er met gemak een trampoline in past’ blijven er nog minder huizen over. En eigenlijk willen we ook hoge plafonds, twee badkamers (minimaal), in een woonwijk met de bakker en een speelpleintje op loopafstand, een aparte werkkamer, een bijkeuken en een geheel ingerichte woonkeuken.
‘Eigenlijk zoeken we een Amerikaans huis in een Nederlandse wijk’, concludeer ik. ‘Dat lijkt me een mooie zoekopdracht voor een makelaar!’

Heel langzaam mindert de achtbaan vaart. We hoeven niet morgen in te pakken, we weten waar we zouden willen wonen. De volgende stap is de zoektocht naar de juiste school of scholen. ‘Ik wil wel naar dezelfde school als Daniël!’ stelt Julian, om er snel achteraan te plakken: ‘maar eigenlijk wil ik helemaal niet weg, dus jullie mogen er niet over praten.’
Vanwege de carnavalsvakantie stokt het emailverkeer met Nederlandse scholen: we krijgen even ruimte om adem te halen en een antwoord te vinden op Julian z’n andere eis toen we hem vertelden dat Nederland ons nieuwe thuisland wordt: ‘Oké, maar ik wil wel nog naar Orlando, naar de Universal studios, naar Hogwarts. Wanneer gaan we dat doen?’

maandag 19 september 2011

Echt gebeurd

Ik heb net nog maar een keer de foto’s bekeken. Weer terug in de VS, heb ik vooral boterhammen gesmeerd, wassen gedraaid, sokken opgeruimd en schoolspullen uitgezocht. Kijkend naar de foto’s, moest ik mezelf even in mijn arm knijpen om zeker te weten dat ik niet droomde, maar dat ik echt in een weekend op en neer ben gevlogen om het feestje van het uitkomen van mijn boek te vieren.

Na een wat hobbelige vlucht, Continental vliegt met kleine vliegtuigen de oceaan over en dat is echt minder comfortabel, landen we ruim op tijd op Schiphol. In de toiletten trek ik snel schone kleren aan, kam m’n haren en poets mijn tanden. Helemaal klaar voor een serie afspraken, lach ik vriendelijk naar de douane-beambte, pak mijn koffer van de band en stap Nederland binnen.
Na een ontnuchterend ontbijt -’je zou VROM niet meer terugherkennen, alle ambitie is weg’, vertelde m’n oud-collega hoofdschuddend- reed ik naar Hilversum.
Daar werd ik verwacht in de studio van Radio Nederland Wereldomroep voor een interview over ‘Blonde haren onder een Cowboyhoed’. Geïnterviewd worden is een vak apart, kwam ik snel achter. Ik snap nu waarom mediatraining geen luxe is als je vaak voor de microfoon staat. Voordat ik het wist was de tijd op en had ik nog niet gezegd wat ik eigenlijk wilde zeggen. Toch was ik tevreden, het interview ging in ieder geval over mijn boek!
In Leiden dronk ik uitgebreid koffie met Rob van de Stichting Downsyndroom. We bedachten een actie voor de donateurs, die van start zal gaan na het uitkomen van het winternummer van Down+Up.
Met een goed gevoel en met energie voor tien vanwege alle adrenaline, reed ik naar m’n familie, waar ik kleine nichtje Saar uitgebreid kon knuffelen. Ik mocht haar zelfs verschonen, wat een privélege!

Zaterdagmiddag kocht ik in het kleine boekwinkeltje om de hoek van schoonzus in Haarlem een rode pen om mee te signeren -hij kleurde prima bij de omslag van het boek. Na lang poseren voor de spiegel trok ik mijn cowboylaarzen aan onder m’n Sneekse jurkje. ‘Heel hip’, vond schoonzus.
De presentatie voelde aan als een verjaardag en diploma-uitreiking ineen. Ik kreeg kadoos en er vormde zich een lange rij mensen die allemaal mijn handtekening in hun boek wilde. Zoals het hoort had ik aan het einde van de middag spierpijn in mijn kaken van het glimlachen. De grote stapel boeken was bijna helemaal verkocht, de mensen van de boekhandel waren tevreden.

In het vliegtuig terug heb ik mezelf getrakteerd op vier films. Weer door de douane sloegen Simeon en Daniël hun armpjes stevig om mijn nek: ‘mama thuis!!’

Nu weer terug in het echte leven, pakken we de draad weer op. Ik ga straks alle redacties van alle Nederlandse tijdschriften over opvoeden en kinderen een bericht sturen dat mijn boek uit is en dat een recensie toch echt in hun blad past.
Maar eerst kijk ik nog één keer naar de foto’s en hou mezelf voor: ja Sil, je was echt even in Nederland.

zondag 4 september 2011

Enclave

Het lijkt erop dat na al die weken vakantie, het nieuwe schooljaar toch echt gaat beginnen. Ik durf er nog niet in te geloven, maar de signalen zijn duidelijk.
Afgelopen donderdag konden we kennismaken met de juffen op onze nieuwe oude school Freedom Hill. Op het moment dat we de school binnenliepen was het één lange hernieuwde kennismaking. Veel mensen wisten dat we terug waren, anderen waren totaal verrast. Iedereen was wel even enthousiast. Oké, er zijn nog wat rimpels glad te strijken, maar dat is een ander verhaal.
Gistermorgen was het de eerste zaterdag dat we vroeg op moesten. Ook de Nederlandse school wilde het schooljaar beginnen.

Na lang wikken en wegen hebben we besloten de jongens op zaterdagochtend naar Nederlandse les te sturen. In Bethesda is een school voor Nederlandse Taal en Cultuur, die pas vier jaar bestaat, maar wel al 100 leerlingen telt.
We geven een vrije ochtend op, krijgen vast overlap met voetbalwedstrijden, maar omdat ze alledrie welkom zijn, is het aantrekkelijk genoeg. We hebben Julian de afgelopen jaren via de digitale school Nederlands geleerd. Dat kostte veel strijd, veel gedoe en vooral veel tijd.

Terwijl we het schoolplein opliepen, zagen we overal om ons heen blonde koppies huppelden. We werden verwelkomd met koffie en stroopwafels, konden in het Nederlands een kletspraatje beginnen en luisterden naar de presentaties waar woorden als Taal Actief, Koninginnedag en Citotoets vielen.
Daarna mochten alle kinderen naar hun eigen lokaal om kennis te maken met de juf.
‘Hallo ik ben Simeon’, stapte onze directeur op z’n juf af.
‘Ik’! riep Daniël onmiddellijk toen de juf in groep 3 vroeg welk woord er op het bord stond.
Julian gaf z’n meester netjes een hand en ging afwachtend aan één van de tafeltjes zitten.

We zijn opeens onderdeel van een Nederlandse enclave en kijken wat verbaasd in het rond. Simeon, die al helemaal niet gewend is om met Nederlandse kinderen te spelen, bracht zijn verwondering op eigen wijze onder woorden: ‘Wat een bijzondere mensen hier, ze spreken net like ons.’

zondag 28 augustus 2011

Voorbij

‘Voel je ook dat er een soort spanning in de lucht hangt?’ Het is zaterdagmorgen vroeg, Harro en ik staan op ons dek in de achtertuin en peilen het weer.
‘Ja, je hoort geen enkele vogel, alsof alles en iedereen zijn adem inhoudt’, reageert Harro. Het is op dat moment wel al bewolkt, maar nog windstil.

Als we later in de ochtend naar de jachthaven aan de Potomac rijden om Harro z’n Laser met extra lijnen vast te zetten, begint het te waaien. We staan aan de waterkant en kijken naar de enige surfer die het aandurft om nu het water op te gaan.
Aan de overkant is het nationale vliegveld van Washington, om de paar minuten komt er een vliegtuig over, dat zich net boven het water opmaakt voor een landing. Tegen de donkere dreigende lucht, krijgt zo’n laagvliegend vliegtuig iets surrealistisch.
Terwijl we staan te kijken, trekt de wind verder aan en begint het te regenen. Regen die rest van de dag en nacht van geen ophouden weet.

We houden het nieuws in de gaten, lezen op CNN over dodelijke ongelukken en kijken naar een filmpje van twee mensen die ternauwernood van hun zeilboot worden gered. Langs de kust houdt Irene flink huis, met veel wateroverlast en veel kapotte strandhuizen.
Opeens valt CNN weg en wordt het donker in huis, een stroomstoring. We willen al naar de kaarsen grijpen als het licht weer aan floept. Dat valt mee, we hadden ons voorbereid op langdurige stroomuitval, net als de vele mensen die het in het zuiden van Virginia zonder elektriciteit moeten doen.

Pas tegen de tijd dat we naar bed gaan, gaat het echt waaien. De takken zwiepen tegen het slaapkamerraam. Toch vallen we in slaap en als de jongens om half zeven fris en vrolijk aan ons bed staan, is het voorbij. Ja, het waait nog, maar de spanning is uit de lucht. In de tuin is er geen schade, er is slechts één stoel omgevallen.

Omdat dit slechte weer te wijten was aan een orkaan, hebben we ervan genoten en zijn we eigenlijk een beetje teleurgesteld dat het allemaal meevalt.
Zonder orkaan waren we vast de hele dag sikkeneurig geweest. Julian zei het gisterenmiddag al treffend: ‘het weer lijkt vandaag wel op de Nederlandse zomer.’

maandag 15 augustus 2011

Prinsesje

Eindelijk, na bijna 42 weken wachten, komt donderdag om half drie het verlossende telefoontje: jongste zus is bevallen van een prachtige dochter. Ze vertelt het blije nieuws terwijl ik in de rij sta bij de Hema en ik voel me meer dan ooit in Nederland. Het regent, ik doe boodschappen bij de Hema en ik mag deze belangrijke familiegebeurtenis mee maken.
Middelzus belt even later en ik spreek met haar af dat ik doorrij naar de babywinkel. Nu we weten dat we een nichtje hebben gekregen, kunnen we eindelijk cadeaus kopen. Terwijl Simeon in de winkel met een trein speelt, laat ik mijn hand langs de meest roze babykleertjes glijden. Ze zijn allemaal lief én stoer en ik kan bijna niet kiezen. Kleren kopen voor een meisje is altijd leuk, maar voor zo’n nieuw babietje in de familie is het helemaal bijzonder.

Onze Friese delegatie past precies in één auto, samen met Simeon mag ik op de achterste rij. De cadeaus passen er ook nog bij en met beslagen ramen vangen we de rit aan. Op de A1 sluiten we achteraan de file, zodat we precies rond etenstijd arriveren. Snel haalt opa, die er al de hele middag is, er nog wat pizza’s bij.
Middelzus en ik gaan samen naar boven, naar de slaapkamer, waar jongste zus verliefd ligt te kijken naar haar dochtertje, de kraamverzorgster in het boekje schrijft en de nieuwbakken papa foto’s maakt.
‘Wat een omgekeerde wereld,’ merkt middelzus op, ‘wij horen daar te liggen en jij op bezoek te komen.’
Als ik ‘t kleine nichtje vasthou en ze begint te huilen, moet het even wennen dat ik kan zeggen: ‘hier ga maar snel naar je mama.’ Van flitsende tante en altijd beschikbare oppas, is ons kleine zusje opeens moeder.

Op zondag ga ik nog een keertje kijken, nu met Daniël en Julian, die er donderdag niet bij waren. Heel voorzichtig houden ze haar vast en geven een kusje. Nog maar drie dagen oud, is het kleine meisje al helemaal een prinsesje.

woensdag 10 augustus 2011

Hoe kan het?

Ik hang net één jas te veel aan de kapstok -deze Nederlandse zomer vraagt om veel jassen- en de hele plank komt met haken en al uit de muur zetten. Gelukkig is er een opa met twee rechterhanden beschikbaar die in het schuurtje een boor vindt. Met extra grote pluggen zet hij de kapstok weer vast.
De prullenbak gaat kapot en ik laat de wijnkoeler uit mijn handen vallen. Daniël laat vervolgens een bordje glippen, ik nog een kopje en Simeon twee toetjesschaaltjes. Alles spat in kleine stukjes uiteen op de harde stenen vloer. Het kleine emmertje, heel handig om het motorbootje leeg te hozen na de zoveelste regenbui, verdwijnt naar de bodem van de sloot.

Dan op vrijdagochtend sluit ik mezelf buiten. Gelukkig heb ik de autosleutel én mijn telefoon in mijn hand. De deur valt in het slot en als ik door het raam kijk, zie ik de huissleutel aan het haakje hangen. Er is een handige vader-van-een-meisje-dat-bij-m’n-zus-werkt voor nodig om de deur op niet al te legale wijze weer open te krijgen.

Met schoonzus en twee nichtjes gaan we wandelen in het bos. De valk ligt zielig ongebruikt in het haventje; het waait veel te hard om te gaan varen. Als we terugkomen zitten alle kinderen onder de teken. Best leuk, dat struinen door het struikgewas, maar niet zonder gevaar. Pas als de kinderen in bad geweest zijn en we haren uitgekamd hebben, durven we te besluiten dat alle kleine zwarte beestjes weg zijn.
Ondertussen ben ik Daniël z’n nieuwe oranje zeil/regenjas verloren in het bos. Geen idee waar en hoe, maar hij zit niet in de tas, ligt niet in de auto en hangt niet aan de kapstok. Als schoonzus weer naar huis is rij ik terug naar de ingang van het bos, maar niemand heeft de jas gevonden en ‘m bij het infobord opgehangen.

Ik ga bij zus aan de keukentafel wat internetzaken regelen die te groot zijn voor de beperkte prepaid-verbinding. De mobiele telefoon, bijna leeg, ligt naast de laptop. Als we weer gaan, stop ik alles in de computertas.
Volgens mijn zus heb ik nog hardop gezegd dat m’n telefoon ook in de tas zat, maar weer thuis zit hij daar niet in. Net zoals dat hij niet op de keukentafel ligt of in mijn broekzak zit, of nog op de rand van de kade ligt waar het motorbootje aangemeerd lag.

Gelukkig heb ik nog een prepaid SIM-kaart liggen, die ik in een oude telefoon stop. De kaart is van T-Mobile en na veel gedoe lukt het om ‘m op te waarderen. Ik slaak een zucht van opluchting: ik ben in ieder geval weer bereikbaar.
Ik eet bij m’n zus en met drie kleine jongetjes op de achterbank -neefje komt logeren en Julian is bij opa en oma- rij ik naar het vakantiehuisje. Als ze in bed liggen en ik wat smsjes in de rondte wil sturen met mijn nieuwe Nederlandse nummer, blijkt dat ik geen ontvangst heb in het huisje. Ik moet helemaal buiten naar de weg lopen om een streepje op het scherm te toveren…

Ik weet het even niet meer en trek zielig en alleen een fles rosé open.

zaterdag 30 juli 2011

Internet

Het vakantiehuisje waar we de afgelopen twee jaar in bivakkeerden tijdens onze Nederlandse weken, was heel klein -de badkamer in ons huis in Houston was groter dan de woonkamer mét keuken daar-, het had geen wasmachine en geen uitzicht.
Niet zo gek dus dat we dit jaar op zoek gingen naar iets anders. We vonden het ‘Kwetternest’, een huisje op een bungalowpark aan het water. Drie keer zo groot en -heel belangrijk- met veel opbergruimte. Zodat de koffers niet vijf weken in de weg staan.
Het Kwetternest kijkt uit over het water, voor de deur liggen een valk en een motorbootje waar we mee naar het centrum van Woudsend varen. Ideaal huisje zou je zeggen, zeker in vergelijking met veel beter dan het kleine huisje van vorig jaar.

In plaats van dat wij overal naar toe rijden, komen vrienden bij ons op bezoek. We gaan op het Heegermeer zeilen met z’n allen en weer terug zakken onderuit op de bank in de tuin met een glas rosé, terwijl de kinderen op de surfplank peddelen en het motorbootje rondsturen. Als ze uitgevaren zijn, voetballen ze op het veldje naast het huis. Totdat we ze roepen dat de barbecue heet is en het vlees bijna gaar.

Maar als de vrienden weer op huis aan gaan, kijken wij zorgelijk naar ons to-dolijstje. De makelaar een email sturen over ons onverkochte huis in Houston, geld overmaken naar de Nederlandse rekening die we nu weer volop in gebruik hebben, de website van de New York Times checken, omdat de krant blijkbaar toch nog op de oprit ligt in Virginia, dat gaat allemaal niet. Want het huisje heeft geen internet.
Onze eerste gedachte was: we hebben vakantie, dus we hoeven niet online te zijn. Laten we ervan genieten. Maar dat blijkt niet te werken. Ik word onrustig, omdat ik mijn email niet kan checken, niet weet wat Twitter voor nieuws brengt. Iedere ochtend drinken we koffie bij m’n zus op het terras met onze ogen op een scherm gericht. We hebben ondertussen toegang tot háár wifi en zijn eigenlijk niet zo gezellig.

Dan hakken we de knoop door en kopen een simkaart voor prepaid internet bij de KPN met een dongel. Het kost twee telefoontjes naar de KPN-klantenservice -waar ik overigens heel goed geholpen wordt- om de dongel te laten communiceren met de MacBook, maar dan gaat opeens het lampje branden. We zijn weer bereikbaar en werken ontspannen ons lijstje af. Eindelijk kan de vakantie beginnen.

dinsdag 26 juli 2011

Het weer

‘Het is onbewolkt in Virginia en 33 graden’, leest Harro van zijn iPhone. Het is zondag, we zitten in ons vakantiehuisje, met alle deuren en ramen dicht. Ik kijk mistroostig naar buiten, waar de regen ondertussen horizontaal langskomt.
‘Volgens de buienradar zou het zou om twee uur droger moeten worden‘, voegt Harro er optimistisch aan toe.
Afgelopen week gingen we iedere ochtend koffiedrinken bij m’n zus met de boot. We hebben Julian leren sturen en genoten van het idee op het water te zijn. Vanmorgen stapten we in de auto en legden de boot met een extra lijn vast vanwege de wind.
Simeon moest een lange broek aan het heeft gekrijst. We hebben de open haard in ons huisje aangemaakt en drinken warme chocolademelk.

Na de lunch heb ik afgesproken dat Simeon bij z’n neefje gaat spelen. Het vooruitzicht dat het om twee uur droger wordt, maakt me overmoedig. ‘Kom Simeon, doe je nieuwe jas en je laarzen aan, we gaan op de fiets.’
‘Mag ik dan achterop?’
‘Ja, je mag achterop, kom we gaan.’
Ik stuur de fiets uit het schuurtje, trek de rits van mijn jas tot boven toe dicht en zet mijn capuchon op. ‘Netjes je voeten in de steunen houden’, waarschuw ik Simeon, die volgens mij nog nooit achterop een fiets heeft gezeten.
Uitgezwaaid door de andere mannen, kijk ik niet omhoog naar de in en in grijze lucht, maar ga op weg. Ik ploeg tegen de wind in, voel m’n broek steeds natter worden -met m’n zeilbroek op de fiets leek me niet zo’n goed idee- en ben opgelucht als we de bocht om moeten en we de wind in de rug hebben.
Ik neem me voor om uitgebreid thee te drinken bij m’n zus. Dan is het vast gestopt met regenen en de wind gaat ook vast liggen, denk ik hoopvol. Met natte haren zet ik de fiets bij het huis van zus op slot, haal een bibberende Simeon uit het stoeltje en druk op de bel.
Nog vier weken en dan mogen we weer terug naar de Amerikaanse hitte.

maandag 18 juli 2011

We zijn er

We hebben vanmorgen regenjassen en regenbroeken gekocht, ook voor de jongens.
We hebben vooral al tegen de wind in gefietst.
We hebben voordat we konden fietsen, eerst een band geplakt.
We hebben windmolens bewonderd.
We hebben al een klein stukje in de valk op het Friese water gezeild.
We moesten eerst de boot schrobben om alle verwaaide bladeren weg te krijgen.
We hebben al uitgevonden hoe de verwarming werkt in ons vakantiehuisje.
We deden boodschappen: beschuit, kaas, vlokken, hagelslag, limonade, dubbelvla.
We gingen met 130 km/per uur over de Afsluitdijk.
We storen ons aan de slechte ontvangst van tv en internet vanwege de verbrandde masten.
We gingen lunchen: friet met mayonaise, we moesten om de ketchup vragen.
We hebben extra sokken gekocht voor all koude voeten.
We kozen -heel vaderlandslievend- voor KPN in plaats van Vodafone; ons mobiele internet doet het nog steeds niet.
We hebben genoten van Haarlem en het idee dat we lopend van de ene winkel naar de andere konden.
We hebben met de fiets op het schoolplein gestaan om ‘t Friese nichtje op te halen.
We hebben met open ramen geslapen.
We hebben al even TV gekeken en weten dat Zomergasten aanstaande zondag begint.

Kortom: we genieten weer van Nederland na een jaar afwezigheid.

donderdag 14 juli 2011

Weer inpakken

Het is achteraf een onzinnig plan om anderhalve week na aankomst in Virginia, naar Nederland te vliegen. Niet alleen praktisch, de koffers hebben net hun plek in de kelderkast gevonden en er staan ook nog steeds verhuisdozen, maar ook emotioneel.

‘Kom je donderdag ook lunchen’, vraagt de Canadese vriendin. ‘Er komen twee andere vriendinnen die jij nog kent.’
Nou nee, dat gaat niet.
Ik heb een Britse vriendin aan de telefoon, die ik nog ken uit zowel onze eerste tijd in Virginia, als uit Houston. In onze eerste jaar daar, woonden ze bij ons in de wijk. Ze is de afgelopen maanden erg ziek geweest en we willen elkaar graag weer boven een kop thee spreken in plaats van over de telefoon.
‘Dan wordt het augustus’, concluderen we.

Julian heeft ook niet zo’n zin om weer afscheid te nemen en Simeon gilt dat hij wil dat Christopher komt spelen.
‘Waarom zijn we zo kort in Virginia?’ vraagt Julian.
‘Omdat jij zo graag aan de laatste zwemwedstrijd mee wilde doen, konden we niet eerder verhuizen en we kunnen niet later naar Nederland want mama d’r zus is zwanger en straks missen we de geboorte van je nieuwe neef of nicht.’ Het lukt me aardig om anderen de schuld te geven van dit te strakke tijdschema.
‘Het is niet erg, het is alleen nu een beetje lastig. Maar we zien iedereen in augustus weer, oké?’ voeg ik er snel aan toe, voordat Julian zichzelf verwijten gaat maken.

We vliegen vanmiddag, ik ga nu verder met pakken. Hopelijk komen de opladers van de fototoestellen nog tevoorschijn en past er een extra lange broek in de koffer, gezien de herfst in Nederland.
We kijken er naar uit om iedereen weer te zien en echt bij te praten. Maar het meest kijk ik uit naar die eerste cappuccino bij m’n zus op het terras: het espresso apparaat is niet meer uit de dozen gekomen.

donderdag 23 juni 2011

Regie

Het kan je moeilijk ontgaan zijn, de nieuwe kabinetsplannen. De plannen waarin het kabinet voorstelt om het PGB zo goed als af te schaffen. PGB staat voor persoonsgebonden budget. Het is een fonds binnen de AWBZ waar mensen met beperkingen aanspraak op kunnen maken. Met dat geld kunnen ze hun eigen zorg organiseren. Zodat ze de regie over hun eigen leven houden, iets wat jij en ik eigenlijk heel gewoon vinden.

Laat er geen misverstanden over bestaan. PGB is geen kadootje, geen extraatje voor 'zulke' mensen, maar geld voor zorg die ze nodig hebben om te kunnen bestaan. Zonder PGB zouden ze die zorg bijvoorbeeld via de thuiszorg in natura ontvangen of in een instelling wonen. En ja, dat kost ook geld. Vaak veel meer dan dat er via het PGB uitbetaald wordt.

Nu vindt het kabinet dat het PGB aan eigen succes ten onder gaat, er zijn te veel mensen die er een aanspraak op maken. Het kabinet vindt dat mensen met een beperking best meer -gratis- zorg kunnen vragen aan familie, vrienden en buren, met een mooi woord mantelzorg genoemd. Dat kan en gebeurt natuurlijk ook, maar alsjeblieft niet structureel.
Net deze week is er een groot Amerikaans onderzoek gepubliceerd over de situatie van mantelzorgers. Vele zorgende familieleden kunnen de zorgverantwoordelijkheid niet aan, blijkt uit dat onderzoek. Ze zijn uitgeput, zowel emotioneel als financieel. Geen vrolijke spiegel om in te kijken.

Dus is het tijd voor opnieuw actie, net als een paar maanden geleden iedereen massaal van zich liet horen om succesvol te protesteren tegen de onderwijsplannen. Op dit moment staat het Plein in Den Haag vol met actievoerende budgethouders, hun families, vrienden en zorgverleners. Mensen die nu de touwtjes van hun leven in handen hebben en dat graag willen houden. Zodat ze zelf kunnen beslissen wie er ‘s ochtends aan hun bed staat om te helpen met opstaan. Of zelf kunnen beslissen met wie ze hun spraakoefeningen doen of wie helpt met hun financiële boekhouding.

Jij hebt die regie, dus het moet niet veel moeite kosten om hier te klikken en de petitie te tekenen.

dinsdag 21 juni 2011

Kameleon

Toen oma Toos er begin mei was, hielp ze me om de voorraadkast op te ruimen. We gooiden twee vuilniszakken met onbruikbare blikken en potten weg. ‘Zullen we Julian z’n kledingkast ook doen?’ stelde ze voor. Ook uit die kast kwam een zak met zooi tevoorschijn.
Nadat Lisette de knutselkast had opgeruimd, -'leeg', constateerde Daniel toen hij de deur open deed om viltstiften te pakken- , bleef er nog één project over: de dvd's.
'Kom, wil je me helpen?' vroeg ik vorige week aan Julian en samen gingen we aan de slag.

Wonder boven wonder, misten we maar één dvd. ‘Ik denk dat die nog in de auto zit,’ wist Julian, ‘daar hem ik voor het laatst gekeken.’ Twee Diego-dvd's hadden geen hoesjes meer, maar dat is leek me niet het grootste probleem.
Ergens achter uit de la kwam nog een dvd van Tiktak, die heb ik maar weggegooid. Samen met een film van Nijntje waar ze nooit wat aan gevonden hebben. Ik stond nog even te twijfelen met de Sesamstraat-dvd's in mijn handen, maar die heb ik toch maar bewaard. Daniël vindt Ernie en Bert nog steeds leuk.

Spannender was dat er ook dvd's tevoorschijn kwamen, waarvan ik niet (meer) wist dat we die hadden. Notting Hill, bijvoorbeeld. Ga ik meteen kijken vanavond, nam ik me voor en legde de film apart.
'Mam, kijk, we hebben films van de Kameleon! Dat wist ik helemaal niet.' Enthousiast hield Julian twee dvds omhoog. ‘Zullen we ze kijken?'
Ik was inderdaad ook vergeten dat we die films ooit hadden gekregen. Tot nu toe hebben de jongens alleen aandacht gehad voor tekenfilms, het verbaasde me dat Julian zo enthousiast reageerde.
'Vanavond oké? Laten we nu even het opruimen afmaken.'

Samen op de bank keken we naar het Friese landschap met veel shots op het Sneekermeer, de bekende Nederlanders (Ed Nijpels!) en de Nederlandse manier van acteren die zoveel minder naturel is dan de Amerikaanse, maar wel aantrekkelijk is. ‘Leuke vader heeft die tweeling’, merkte Julian op toen pa Klinkhamer moest lachen om het kattenkwaad van z’n zonen. Het onvermijdelijke portie bloot viel mee (alleen Maarten Spanjer) en Julian vond het voorzichtige gezoen wel spannend.
Veel leuker dan voor de zoveelste keer Nottingham Hill bekijken, besloot ik en beloofde Julian dat we de Kameleon 2 over de nieuwe weg door het dorp de volgende avond zouden bekijken.

dinsdag 24 mei 2011

Beleefdheden

Ik krijg een reactie van de Nederlandse middelbare school die ik om informatie heb gevraagd en terwijl ik het bericht lees denk ik: welkom terug in Nederland. Met de inhoud is op zich niets mis, alle informatie staat erin. Maar waar is de vriendelijke beleefdheid die Amerikaanse emailberichten altijd zo prettig leesbaar maken?

Als we in 2013 zouden terugkeren naar Nederland, gaat Julian precies net naar de middelbare school. Dat geeft ons nog twee jaar om hem daarop voor te bereiden. Ik was daar mee gestart door informatie op te vragen over cito-toetsen, tweetalig onderwijs en meer van dat soort dingen.
Het bericht terug van de school begint niet met ‘bedankt dat u aan onze school denkt’ of ‘welkom terug in Nederland, uw zoon is welkom bij ons op school’. Het bericht meldt plompverloren dat het de ervaring is dat het Amerikaanse systeem ‘licht’ is vergeleken met het Nederlandse onderwijs en dat 545 punten nodig zijn op de cito-toets om tweetalig onderwijs te gaan volgen. Daar kan ik het mee doen. Geen ‘succes met uw voorbereiding op de terugkeer naar Nederland’ als afsluiting, of ‘we kijken ernaar uit om u en uw zoon te ontmoeten’.
De botheid in het bericht komt als een hamerslag binnen, ik loop rond met een knoop in mijn buik. Ik wil al op zoek gaan naar een andere school en klaag tegen Harro. Hij wijst me op mijn eigen bericht waarin ik de school om informatie vraag. ‘Jouw tekst is ook zakelijk hoor, zonder enige franje’, lacht hij.
Mmm, die beleefdheden gaan me in het Engels wel gemakkelijk af, waarom niet in het Nederlands? Ik open de email van de school en klik op reply. ‘Hartelijk dank voor uw duidelijke informatie’, begin ik een bedankje op Amerikaanse leest geschoeid.

woensdag 11 mei 2011

Nederlandse wind

Zo, ik ben bijgepraat over alle familieperikelen. Over mijn oom die 65 werd en hoe leuk het feest was dat hij gaf (nog gefeliciteerd), over de nieuwe overkapping in de tuin van middelzus (ziet er goed uit), over de gezondheidsperikelen van al mijn tantes die ook een dagje ouder worden, mijn nicht die nog steeds in Argentinië woont, de ondeugende capriolen van kleine neef en hoe mooi rond de buik is van jongste zus.
Ik weet alles over het mooie weer in Nederland en dat jullie net als wij hier snakken naar wat regen. Ik weet over het geknoei van de onderwijsminister, die met cijfers heeft gegoocheld om de bezuinigingen op het rugzakje en het speciaal onderwijs te verkopen (lees hier).
We hebben weer tijgervlokken in de kast waar Simeon zijn boterham het liefst mee belegd. Naast de vlokken staat een vers pak hagelslag. De jongens hebben nieuwe Nederlandstalige boekjes over Garfield, Dinosaurussen en voetbal en ik kon me gisteravond in bed nestelen met de Libelle.

Oma is goed aangekomen en brengt een welkome wind aan Nederland met zich mee. Maar het allerleukst aan oma is toch wel haar verbazing over Daniël z’n vorderingen. ‘Kan hij dat echt lezen? Jeetje, wat gaat hij veel vertellen! Hij praat bijna beter dan Simeon. Heeft hij dat zelf geschreven? Sil, hij is echt vooruitgegaan.’ Complimenten die ons motiveren om toch vooral door te gaan.