maandag 7 maart 2011

Tien


We zijn bij de bakker in de supermarkt, bestellen z’ n verjaardagstaart, met een voetbalthema natuurlijk, en kopen kaarsjes. Naast echte kaarsjes wil Julian ook z’n jaartal op de taart. En als ik twéé cijferkaarsjes -een 1 en een 0- in het winkelwagentje leg, dringt het opeens tot me door: hij wordt tien en dat is geen klein kind meer.

‘Kinderen van tien zijn toch wel zo’n beetje af?’ Met deze vraag opent de redacteur van het Volkskrant Magazine een speciale editie die geheel is gewijd aan de tienjarigen in onze samenleving. Ik schrik als ik die vraag lees, dat gevoel heb ik helemaal niet. Volgens mij moet het nog steeds beginnen. Het makkelijke werk -zindelijk worden, jezelf aankleden, veters strikken-zit erop, het moeilijke deel -hoe red je je in de samenleving?- begint z’n voet tussen de deur te krijgen. Gelukkig is de rest van de redactie van het Magazine het met me eens, er moet nog elke dag opgevoed worden.
Met grote interesse lees ik de interviews met Nederlandse tienjarigen verderop in het blad en concludeer dat Julian nog echt een kind is vergeleken met hen. Is dat een verschil tussen het Nederlandse en Amerikaanse opvoeden? Zijn kinderen in Nederland eerder zelfstandig? Worden Amerikaanse kinderen teveel gepamperd en achternagelopen? Er is een groot verschil tussen overal met de auto naar toe gebracht worden of zelf op de fiets naar de voetbaltraining gaan. Wij zijn hier één van de weinige ouders zijn die niet de hele training langs de lijn staan.
Of is Julian nog heel kinderlijk? Hij heeft twee kleine broertjes, waar hij bij gebrek aan een eigen sociaal netwerk veel mee speelt. Moet ik me zorgen maken?

Na enige druk van onze kant, vindt Julian het toch leuk om een feestje voor zijn verjaardag te organiseren. Hij wil graag vier vriendjes uitnodigen. We sturen een email of ze zin hebben om op zaterdagavond pizza te komen maken en eten en daarna een film te kijken.
Ze komen alle vier, wat mij verbaast. Meestal nemen Amerikanen uitnodigingen voor verjaardagen niet zo serieus. De vijf jongens gaan naar buiten, genieten van het mooie weer en de trampoline. Ze ook best nog wel even met hun handen in de bloem graaien en kaas over de pizza strooien.
Ondertussen wordt er alleen maar gekletst, gegiecheld en gestompt. Julian is het middelpunt van dit vriendengroepje. Ik had hem van te voren uitgelegd wat het betekent als je gastheer bent: dat je dan moet zorgen dat iedereen het naar z’n zin heeft.
‘Mam, hoe moet het nou? Wij willen met de bal, maar Kyle wil liever op de trampoline.’ komt hij gezagsgetrouw vragen als ik deeg sta uit te rollen.

Ik laat de verhalen in het Volkskrant Magazine voor wat ze zijn en geniet van Julian, die z’n tien jaar op eigen wijze beleeft door vooral zichzelf te zijn.

vrijdag 4 maart 2011

Een huis

Ooit gedaan? Een huis gehuurd of gekocht zonder dat je het gezien hebt? Een huis dat 3000 kilometer verderop staat, niet echt goedkoop is, en wat je het jouwe mag noemen vanaf 1 april, ook al ga je er pas vanaf 1 juli echt wonen? Inderdaad, ik zou het ook iedereen afraden. Toch hebben we het vandaag gedaan.

Uitgebreid speurwerk op internet, leverde de afgelopen weken een schamel resultaat op. Er was op dit moment één huis te huur in Virginia dat aan onze twee eisen voldeed. We wilden vijf slaapkamers en het huis moest in een wijk staan dat bij onze oude school hoort.
Afgelopen zaterdag belde de vader van een vriendje van Julian, goede vriend van Harro én buurman van het huis te huur: ‘Er hebben de hele dag auto’s voor het huis heen en weer gereden, misschien dat jullie wat haast moeten gaan maken.’
Hij wilde graag voor ons gaan spioneren en maakte zondagmiddag een afspraak met de verhurende makelaar. Enthousiast belde hij ‘s avonds op en stuurde een hele set foto’s door die Harro en ik nauwkeurig bekeken.
Maandag hadden we eindelijk zelf een makelaar, aangewezen door Harro z’n werkgever. Ook zij kwam niet verder dan dat ene huis. ‘De huurmarkt ligt nagenoeg op zijn gat hier, het zou zo maar kunnen dat dit het enige huis is dat het komende half jaar beschikbaar komt’, wist zij te vertellen.
Ze zou deze week gaan kijken en ons via de telefoon een rondleiding geven. Woensdag belde ze opeens lichtelijk in paniek. Er waren andere mensen ook heel erg geïnteresseerd. ‘Ik ben nu onderweg om het huis te gaan bekijken, voordat deze mensen een bod doen.’
Ook onze makelaar was enthousiast over het huis, stuurde nog meer foto’s. ‘Als jullie het huis willen, zal je vanmiddag een bod moeten doen. Ik mail je nu de formulieren door.’

Daar zaten we dan. Wat te doen? Risico nemen met de kans dat we Julian zouden moeten vertellen dat hij niet terug kon naar zijn oude school? Geen risico nemen en veel geld kwijt zijn? We hadden niet veel keus en dienden woensdagavond net op tijd een bod in boven de aangeboden huurprijs.
Vanmorgen kwam het verlossende bericht: het huis is voor ons!! Harro is volgende week in Virginia en gaat het dan bekijken.

donderdag 3 maart 2011

One to One

Om acht uur vanmorgen had ik mijn tweede ‘One to One’ afspraak. Dus reed ik naar de Apple store met mijn nieuwe Mac in de tas. Na een paar dagen werken op de laptop, had ik een heel lijstje vragen die ik aan mijn personal trainer wilde voorleggen.
Ik voelde me uitverkoren omdat ik al voor tien uur, voordat de winkel echt open gaat, naar binnen mocht. Alsof ik bij de familie hoor.

One to One het onderwijsaanbod van Apple: je kunt je inschrijven -on line natuurlijk- voor sessies van een uur, om te leren hoe je je Mac gebruikt.
Mijn eerste gedachte was: is dat dan nodig? Apple gaat er toch altijd zo prat op dat hun apparaten zo gebruiksvriendelijk zijn. Ja, dat is nodig ontdekte ik afgelopen week. Na 20 jaar Windows, is dit opeens iets heel nieuws.
‘Hoe kan ik de computer instellen op het werken in twee talen?’ opende ik mijn vragenvuur vanmorgen. ‘Waar vind ik trema’s en accenten?’
De uiteraard jonge trainer, met z’n gebreide muts, buttons, oorbelletje en schaduwbaardje duidelijk een Apple-kloon, leerde me de Apple-taal -het is geen rechtermuisknop, maar de secondary knop om tegemoet te komen aan alle linkshandigen in de familie-, en wees me de weg. Het bleek allemaal echt simpel en voor de hand liggend.
Alleen op mijn vraag hoe ik nu teksten vanaf Pages op Blogspot krijg, zonder de layout van de site meteen op z’n kop te zetten, moest hij het antwoord schuldig blijven. Zonder te verblikken of verblozen, gaf hij het telefoonnummer van de helpdesk. ‘Zij helpen je stap voor stap door het proces heen’, was zijn belofte. (Hier moest ik even aan Youp denken.)
Na een uur stapte ik met aangepaste software weer naar buiten. Kleine vlaggetjes bovenin mijn scherm helpen me voortaan de juiste taal voor de spellingscontrole te kiezen.

Is One to One slimme marketing of oprechte betrokkenheid bij de klant? Ik weet het niet, wantrouw het enigszins. Toch maakt deze ondersteuning en het genot van werken zonder dat ik met enige regelmaat op ‘control-alt-delete’ hoef te drukken, wel dat ik me afvraag hoe ik het zolang op Windows heb volgehouden.

woensdag 2 maart 2011

Windmolens

De school stuurt meteen foto’s door en bedankt me voor mijn bijdrage aan het internationale besef van de leerlingen, een belangrijk streven voor de school. Mijn bijdrage bestond uit een presentatie over Nederland, voor alle klassen van Simeon z’n school. Wat vertel je dan?

Ik heb verteld over de koningin, Willem-Alexander, Maxima en de drie meisjes. Omdat ze het zelf moeten doen zonder upper-class families (behalve de Bush-clan en de Clinton-clan), smullen Amerikanen altijd van koningen en koninginnen.
Ik heb verteld over tulpen, windmolens en veel water. Over Amsterdam, de grachten en de fietsen. Over de euro, over de Nederlandse taal, over hoeveel kleiner Nederland is dan Texas (16 keer) en hoe ver het vliegen is. Natuurlijk over voetbal, dat wij toch echt geen baseball spelen en waarom het nationale team in oranje speelt.
Kinderen vinden het altijd leuk om Nederlandse woorden te leren, dus zeiden ze allemaal netjes ‘tot ziens’ en ‘dank je wel’ toen ze weggingen. Ik haalde mijn poster van de Keukenhof weer van de muur, rolde de kaart van Nederland weer op en bedankten de juffen netjes dat ze mij de gelegenheid hadden gegeven om iets te vertellen. De Amerikaanse beleefdheidsceremonies passen me ondertussen prima.

Ik vertelde niet over de verkiezingen van vandaag. Ik vertelde niet over het politieke gedoe, de poleralisatie, de botsende belangen. Ik vertelde ook niet over de harde bezuinigingsvoorstellen die op tafel liggen, waardoor veel kinderen het moeilijk gaan krijgen in het reguliere onderwijs. En niet over de kans die de Nederlandse bevolking vandaag had om daar nee tegen te zeggen.
Dat is voor de kinderen en juffen van deze Amerikaanse prive-school te ver van hun bed. Maar hopelijk voor jullie niet en heb je je stem laten horen vandaag.

dinsdag 1 maart 2011

Scenario's

Harro gaat op 11 april beginnen in Virginia, maar is daarna vaak op reis door het hele land. Gaat het hem lukken om ieder weekend naar huis te komen?
Er is op dit moment een huis te huur daar in het noorden dat aan onze eisen voldoet. Moeten we maar geen risico’s nemen en dit huis nu al huren, ook al betekent dat dubbele woonlasten? Of nemen we de gok dat er de komende maanden een veel beter huis op de markt komt in de wijken die bij ‘onze’ school horen?
Wat is een goed moment om ons Houstonse huis te koop te zetten? Begin april? Maar wat als we het nu snel verkopen en de bewoners er per 1 juni in willen? Waar gaan wij dan naar toe? Aan de andere kant is snel verkopen wel de beste optie; zodat we het kwijt zijn voordat het orkaanseizoen hier begint.
Wanneer gaan we naar Nederland? Ik wil er beslist zijn als jongste zus gaat bevallen, maar dat is -gelukkig- midden in de vakantie. Gaan we eerst over en uitpakken in Virginia of gaan we eerst vakantie vieren? Huren we weer hetzelfde huisje?
Moet ik Julian nog opgeven voor een zomerkamp hier of moet ik zoeken naar een zomerkamp daar? Kan hij hier nog meedoen aan het zwemteam? Zou Daniel naar de zomerschool kunnen, ook al komen we volgend schooljaar niet terug?

Mijn hoofd tolt van de vragen, ik heb al tig scenario’s geschreven voor de komende maanden. Alles grijpt in elkaar: wanneer naar Nederland is afhankelijk van wanneer we het huis verkopen en wanneer het zwemteam is afgelopen, maar deelname daaraan is afhankelijk van hoe lang we hier zijn. En of we het volhouden dat Harro een weekendpapa wordt.
Ondertussen gaat het gewone leven door. Simeon z’n voetbal begint, ze hebben zwemles, cito-toetsen, verjaardagsfeestjes. Ik ga lunchen met de vrouw van een collega, heb schrijfopdrachten. We wonen de komende maanden nog hier, Ik doe mijn best al die verhuisperikelen niet de boventoon te laten voeren en in het hier en nu te leven.
Toch blijven die scenario’s in mijn hoofd zitten. Ze komen allemaal uit bij een avond in september. Op die avond schuif ik als vanouds aan bij het maandelijkse etentje in een hip restaurant voor alle internationale moeders in de regio, waar ik oude en nieuwe vriendinnen zal ontmoeten. Ik heb er nu al zin in.