donderdag 12 juli 2012

Nederland is milieubewust


‘Dat was leuk om te doen, heerlijk kletteren, heb je nog meer lege flessen?’ Lachend komt Julian terug van de glasbak, lege plastic tas in z’n hand. Ik schud mijn hoofd: ‘nee ik heb geen glas meer, alleen deze PET-flessen, maar daar zit statiegeld op. Die moeten terug naar de winkel.’
‘Statiegeld?’ niet begrijpend kijkt Julian me aan. ‘Wat is dat nou weer?’
Ik leg hem het principe van het terugbrengen van lege flessen uit, net als dat ik hem moet uitleggen wat GFT is. En dat het gedeelte voor restafval in de kliko die we van de gemeente hebben gekregen, zo klein is dat we ons afval wel moeten scheiden. Lees verder op Gezinspiratie 

woensdag 4 juli 2012

Dat er zo gekeken wordt

Ik sta bij de kassa van de Albert Heijn. Als ik moet afrekenen, kan ik mijn lachen bijna niet inhouden. 35 Euro voor zo’n berg boodschappen? Ik reken het snel om naar dollars, maar zelfs dan is het nog steeds spotgoedkoop. Fluitend steek in m’n pinpas in ‘t apparaat en klets even met de caissière. Pas als de melk, de groente en de fles wijn op de band blijven liggen, realiseer ik me dat ik ze zelf in moet pakken. Hier geen ‘bagger’ die met een vriendelijk goedemorgen mijn boodschappen in de klaarhangende tasjes stopt. Lees verder op Gezinspiratie

vrijdag 29 juni 2012

Netwerk


Julian mocht mee met het schoolreisje van de Internationale school. Maar was ook uitgenodigd om een keer mee te trainen met de Bredase zwemclub. Dus toen ik hem aan het einde van de dag ophaalde van z’n dagje Efteling, reden we meteen door naar het zwembad, ook al was hij eigenlijk doodop.
Simeon en Daniël moesten zeer tegen hun zin mee en een uur op de warme, vochtige tribune zitten. Een zakje chips hielp, maar maakte niet goed dat papa niet kwam opdagen; hij stond in de file. Toen Julian met natte haren uit de kleedkamer kwam, was het al na zevenen, we moesten nog steeds eten. ‘Zullen we ergens wat eten?’ stelde ik voor.

‘Ja, laten we naar Ome Jan gaan’, besliste Harro toen we weer thuis waren.
‘Auto?’ vroeg Daan en keek bezorgd.
‘Nee, niet auto, we kunnen naar het restaurant toelopen.’
Binnengekomen, liepen we meteen door naar het achterste gedeelte van de zaak, waar een groot terras is met een speeltuin.
‘Hé, wat doen jullie hier?’ hoorden we voordat we ook maar hadden kunnen bedenken waar we wilden gaan zitten. We vielen midden in de klassenborrel van Jasper, een jongetje met Down en zijn ouders. De jongens vergaten dat ze hongerig waren en dorst hadden en renden naar de trampoline, glijbaan en zandbak.
Nadat we hadden besteld en wilden gaan zitten, zagen we ouders die we maandagochtend op de Internationale school hadden ontmoet. Zij zijn ook net terug in Nederland -uit Noorwegen- en nog op zoek naar een huis. We bestelden meer bier en wijn en kletsten zoals expats dat doen: waar heb je allemaal gewoond, spreken de kinderen nog Nederlands en hoe ziet je toekomst eruit? Heerlijk ontspannen dus, want hun verhalen waren zeer herkenbaar.
We stelden de mensen uit Noorwegen aan de ouders van Jasper voor en voelde ons een klein beetje onderdeel van een netwerk worden.

donderdag 28 juni 2012

Hadden we vorige week nog een volle sociale agenda, met veel speelafspraken voor de jongens, nu is de agenda leeg. Hadden we vorige week nog het comfort van onze eigen bedden, eigen bank en eigen schilderijen aan de muren, nu zitten we in onze tijdelijke huurhuis aan een tafel die niet van ons is en kijken we naar lampen die we niet eens mooi vinden. Vorige week organiseerde ik die sociale agenda zonder problemen ‘on the go’ met de iPhone: sms, even bellen of een email sturen. Nu ben ik zelfs niet bereikbaar als er iets aan de hand is. M’n Nederlandse nummer en diezelfde iPhone willen elkaar niet. Lees verder op Gezinspiratie

donderdag 21 juni 2012

Verhuisdialogen

‘Weet jij waar die tas is, waar alle paspoorten in zitten?’
‘Die tas die je gisteren bij het bureau hebt gezet dat ingepakt werd?’
‘Ja bij het bureau dat nu in de container zit.’
‘Nee, geen idee waar die tas is, misschien in de auto?’
‘Heb ik al gekeken.’

‘Met mij. De sleutels van Kim d’r auto liggen op het aanrecht. De huissleutel zit er nog aan, haal je die eraf voordat je de sleutels overgeeft aan de nieuwe eigenaar?’

‘Oeps, Daan z’n pap staat nog in het keukenkastje thuis. En hij wil vast pap eten voor ontbijt hier in het hotel.’
‘Oké, ik ga het morgenochtend wel halen, we gaan nu eerst slapen.’

‘Heb jij gezien of de verhuizer ons beeld met de vogels heeft vastgezet, voordat hij het houten krat dichttimmerde?’
‘Nee, ik heb ‘t aan hem gevraagd. Hij zei dat het vast stond.’
“Mmmm, dan ga ik vragen of het krat weer open kan, ik wil zeker weten dat het goed vaststaat.’

‘Hé zussie, alles goed?’
‘Ja, we zijn er helemaal klaar voor om morgen jullie luchtvracht in Breda in ontvangst te nemen. Weet jij al hoe laat we er moeten zijn? Ik heb nog niets gehoord.’
‘Goeie vraag, dat klopt, we zouden vandaag een tijdstip krijgen.’
‘En nu is het al half zes hier, je verhuiscoördinator is vast al naar huis.’
‘Beetje slordig.’
‘Zal ik haar morgenochtend bellen?’
‘Graag.’

‘Harro, word wakker, je telefoon gaat nu al voor de derde keer, misschien is het ernstig.’
‘Wat? Oh, hoe laat is het?’
‘Vier uur, tien uur in de ochtend in Nederland.’
‘Hallo, met wie spreek ik?’
‘Ik sta met uw luchtvracht voor de deur hier in Breda, maar er is niemand.’

‘Is Daniël bij jou?’
‘Nee, ik dacht dat hij bij jou was.’
‘O o, dan is hij alleen met de lift naar beneden gegaan.’
‘Juist. Zou hij naar het restaurant op de tweede verdieping zijn gegaan of de lobby op de eerste?’

‘De tas ligt ook niet hier in de hotelkamer.’
‘O, nee, wat nu? Wat als…?’
‘Ja, dan moet de hele container leeg. Ik rij toch nog maar even terug naar het huis.’
‘Doe ik de jongens naar bed.’

‘Mam, papa stuurt je een smsje. Hij heeft de tas gevonden.’

woensdag 13 juni 2012

Hij hoorde er gewoon bij

Met tranen in mijn ogen ga ik door Daniël z’n schoolwerk. Ik tel hoeveel optelsommen hij goed heeft en zie waar hij de mist in is gegaan met het invullen van ontbrekende cijfers in een reeks van 1 tot 30. Ik lees z’n schrijfsels: ‘I go on a trip. I go in an airplane’, geschreven als voorbereiding op onze reis naar Orlando. Ik zie voor me hoe hij -puntje van z’n tong uit z’n mond- z’n best doet om de letters leesbaar te schrijven en hoe hij met de juf bedenkt waar het over moet gaan. Ik herlees het commentaar dat de juf bij z’n werk geschreven heeft: ‘independant’ of: ‘needed assistance’. Nog drie dagen en dat zit Daniël z’n Amerikaanse schoolcarrière erop. Ik weet nu al dat we nog heel vaak aan deze jaren gaan terugdenken. Lees verder op Gezinspiratie

donderdag 7 juni 2012

zelfstandig


‘Julian,’ begin ik, ‘luister ‘ns. Je voetbaltraining is verzet van donderdag naar vrijdag en valt nu samen met je zwemtraining. Wat wil je?’
‘Ik wil echt gaan zwemmen’, reageert Julian direct. ‘Maar hoe laat is de voetbal dan?’
Ik leg uit dat de trainingen elkaar gedeeltelijk overlappen, dat de voetbal langer doorgaat.
‘En de voetbal is op Kilmer?’ vraagt hij en ik zie hem denken.
Als ik knik, komt hij met een plan: ‘Wat als ik nou eerder stop met zwemmen, mijn voetbalspullen aantrek en naar het voetbalveld loop. Kan dat niet? Ik hoef maar één straat over te steken.’

Ik zie onmiddellijk kansen voor Julian om te oefenen met eigen verantwoordelijkheid nemen -op de tijd letten, de juiste route lopen, om al z’n spullen denken- en zelfstandiger worden en vindt het een goed idee. We praten het nog een keer door en ik heb er alle vertrouwen in dat hij dat kan.
Ik stuur een email naar beide voetbalcoaches om uit te leggen dat Julian later komt en dat hij zelfstandig van de ene training naar de andere zal lopen. ‘Als hij er dan om zeven uur nog niet is, kunnen jullie me dan een SMS sturen?’ sluit ik m’n berichtje af.

Van coach Sunil, onze buurman, vader van Julian z’n vriendje en van oorsprong geen Amerikaan, krijg ik een kort antwoord: ‘ok’.
Van de tweede coach, Paul komt een heel ander verhaal. Ik vertaal z’n reactie letterlijk: ‘Voor ieders veiligheid, kunnen we echt niet verantwoordelijk zijn om te verzekeren dat elk kind naar de training komt. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders dat hun kind op tijd op het voetbalveld is en de coaches zullen ervoor zorgen dat niemand op het veld blijft hangen na de training. Ik hoop dat je het begrijpt en ben bereid om er verder over te praten mocht dat nodig zijn.’

Hoe kon ik na zes jaar Amerika denken dat eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van enig belang zijn als de (juridische) aansprakelijkheid in het geding is?

woensdag 6 juni 2012

Ook 's middags nog energie


‘Ik heb m’n eigen pizzabodem meegenomen en aan de kok van het restaurant gevraagd of ze er haar ‘special’ van wilde maken’, legt Emma, een Britse vriendin, uit als ik vragend naar de pizza op haar bord kijk. We zitten in een zeer modern, urban Italiaans restaurant en genieten van een ‘ladies night out.’
‘Echt waar?’ reageer ik wat ongelovig. Emma knikt en snijdt een punt af.
‘Waarom?’ vraagt haar buurvrouw, een dame uit Canada die nieuw is in ons vriendinnengroepje dat elke maand samen eet. Met veel enthousiaste handgebaren vertelt Emma over hoe fout gluten zijn en hoeveel beter ze zich voelt nu ze dit eiwit niet meer binnen krijgt. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 5 juni 2012

Oerwoud


‘Weet je al precies wat je wel wil? Of weet je voornamelijk wat je niet wenst? #datisvasteenmooibegin’ reageert één van mijn volgers als ik om hulp vraag op Twitter.
‘Ik wil vooral iemand die me aan de hand meeneemt door het oerwoud van de Nederlandse regels #vanhetkastjenaardemuurgestuurd’ twitter ik terug. Als antwoord schrijft m’n volger dat dat oerwoud ook nog ‘ns continue verandert en voegt er de hashtag #iedereenwordtimpelstimpel aan toe. Het helpt een beetje te weten dat ik niet de enige ben, maar ik loop zeer gefrustreerd door het huis en weet het even niet meer.

Wat is er aan de hand? Omdat Daniël straks niet naar het speciaal onderwijs gaat, maar naar een reguliere school, is er de mogelijkheid om ‘Leerlinggebonden Financiering’ voor hem aan te vragen, waarmee de school hulp kan inkopen. Dit budget wordt in de praktijk ‘het rugzakje’ genoemd.
Stap één om dat extra geld te krijgen is het aanvragen van een indicatie. Het duurde lang voordat ik begreep, dat dat een andere indicatie is dan de indicatie die je moet aanvragen om in aanmerking te komen voor het Persoonsgebonden Budget (PGB), bij een andere instantie met andere formulieren. Heel efficiënt allemaal.
So far, so good, vorige week is de indicatie toegekend: Daan krijgt vanwege het feit dat hij het syndroom van Down heeft een rugzakje. ‘De school kan het geld nu aanvragen, onder vermelding van het BRIN-nummer’, schreef mijn contactpersoon in de email.

De school, ook nieuw in dit veld en met maar erg weinig mensen in dienst die het Nederlands machtig genoeg zijn om in het oerwoud de bomen nog te zien, schreeuwde om hulp. ‘Ik ga op zoek’, beloofde ik. Zo moeilijk leek het me niet, immers vele scholen gingen ons voor.
Na een uitgebreide emailwisseling met dé onderwijsorganisatie in Breda en twee telefoontjes van mij naar hun met aanvullende vragen, had ik nog geen antwoord op mijn simpele vraag: welk formulier moet de school invullen en welke gegevens zijn daarvoor nodig?

Ten einde raad -en op advies van een volger- plopte ik mijn vraag op Twitter. Binnen no time had ik veel reacties, waaronder iemand die me een link toestuurde. ‘Is dit wat je zoekt?’ schreef ze erbij. Ik opende de link en kreeg een formulier in beeld dat begint met de zin ‘Met dit formulier kunt u leerlingen aanmelden voor wie (…) leerlinggebonden budget beschikbaar is.’

Nu moeten we alleen nog de juiste toegekende nummers op de juiste plek invullen.

vrijdag 1 juni 2012

Vallen


Simeon die nog steeds ziek en zielig is;
Zich opstapelende problemen om Daniël in Nederland op school te krijgen;
AB-ers die natuurlijk niet op vrijdag werken;
Een bureau vol met onbegrijpelijke formulieren;
Einde van het schooljaar drukte;
Misschien wel een tornado vanmiddag;
In ieder geval heel veel regen;
Morgen én voetbal én een verjaardagsfeest én afscheid van de Nederlandse school;
Vriendinnen die lekker op weekend zijn;
Daniël die jaloers is op Siem z’n oor;
Julian die niet meer door z’n huiswerk heen komt;
Het gaat allemaal niet vanzelf vandaag.

Gelukkig lieten ze me de hele nacht met rust. Ik had dus kunnen slapen, als ik geen enge dromen had gehad over met Julian in de Dragon Challenge (achtbaan in Orlando die over de kop gaat) zitten en dat dan de stang die je in je stoel houdt, niet dichtgaat. We bleven vallen.

donderdag 31 mei 2012

Belletje


Met veel bravoure sprong Simeon afgelopen maandagmiddag vele keren achter elkaar van de lage duikplank in het diepe gedeelte van het zwembad. Met enige moeite wisten we hem ervan te overtuigen dat hij niet van de hoge af mocht, zoals Julian wel deed.
‘Als ik de ‘pencil jump’ doe, raak ik met mijn tenen de bodem’, vertelde hij trots, toen hij recht als een plankje in het water was gesprongen. Het bad is bij de duikplanken twaalf foot -bijna vier meter- diep. Het was wel een goed idee geweest, als er toen een belletje bij me was gaan rinkelen.

Midden in de nacht van maandag op dinsdag ging er geen belletje, maar een grote gong. ‘Mama,’ stond Simeon huilend aan mijn bed -Harro zat alweer in het vliegtuig-, ‘mijn oor doet zeer.’
Zeer schuldbewust zocht ik in het medicijnkistje naar oordruppels en pijnstiller. Toen ik de druppels in z’n oor probeerde te laten lopen, schreeuwde Simeon het uit van de pijn. Het deed echt zeer. Vier uur later stond hij weer aan mijn bed, de pijnstiller was uitgewerkt.
Toen de volgende middag de viezigheid eruit stroomde en Siem zelfs z’n hoofd stijf hield omdat bewegen te zeer deed, heb ik de kinderarts gebeld. ‘Zo’, concludeerde ze, dat is een heftige uitwendige infectie, een zwemmersoor.’ Het was zelfs zo opgezwollen dat ze zijn buisje niet meer kon zien.
Met nieuwe oordruppels en een pijnstiller-die-je-alleen-op-recept krijgt, werden we naar huis gestuurd. ‘Vrijdag terugkomen!’ waarschuwde ze nog.

Hoe kan ik zo stom zijn? Met mijn jarenlange ervaring met buisjes in oren weet ik dat je niet dieper dan zes foot/twee meter mag komen. Dat ik zelfs maar heb kunnen overwegen om hem van de hoge te laten springen.

woensdag 30 mei 2012

Ze vertellen het verhaal van ons leven

Ik loop door ons huis met lijsten in mijn hand. Ik ga van kamer naar kamer en probeer voor onze bezittingen te beslissen op welk vel papier ze terecht komen. Voor de meubels en ander groot goed is het makkelijk, die komen op de lijst waar het vakje ‘sea freight’ is aangekruist, maar voor al onze andere spullen is het ingewikkelder. Ik probeer een scherp beeld te vormen van de eerste Nederlandse maanden en vul  kleren-voor-kouder-weer, lego, boeken, dekbedden en de tv in op de lijst met het vakje ‘air freight’. Ik slaak een zucht en loop naar de garage. Ik was vergeten dat verhuizen geen fysieke activiteit is, maar vooral iets is, dat in mijn hoofd plaatsvindt. En mijn hart. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 29 mei 2012

Jip en Janneke


In de drie jaar voordat we naar Houston verhuisden, woonden we in een wijk aan de andere kant van de school. Onze overburen hadden kinderen in dezelfde leeftijd en elke middag na schooltijd speelde Julian buiten met vooral Katherine en in mindere mate haar jongere zus Sophie. Julian en Katherine waren die jaren onafscheidelijk; ze waren de Jip en Janneke van de straat.

Tijdens de barbecue om de opening van het nieuwe schooljaar te vieren afgelopen september, kwam Katherine enthousiast op ons af: ‘Hi Julian, great to see you. How are you?’
Julian kon er met moeite een ‘hi’ uit krijgen, draaide zich om en was weg, voetballen met de jongens.
Katherine haalde haar schouders op: ‘oh boys…’ en ging met Simeon naar de glijbaan en de schommels.

Het hele afgelopen schooljaar mochten we het onderwerp Katherine niet aansnijden van Julian, hij wilde niets over haar weten. Tijdens International Day hield ze als voorzitster van de leerlingenraad een mooie speech. Steels keek ik naar Julian die met z’n oranje shirt aan in de parade mee liep. Ik kon niets anders dan bewondering opmaken uit z’n blik, maar toen ik er later een opmerking over maakte werd ik afgesnauwd.

Ik maakte er grapjes over met Kris, de moeder van de dames en mijn redder in nood in onze eerste Amerikaanse jaar. ‘Ze worden ouder’, constateerden we, ‘en dan zijn vriendschappen tussen jongens en meisjes niet meer vanzelfsprekend.’

Afgelopen weekend ging het zwembad weer open, waar zowel wij als Kris en de haren lid van zijn.
‘Pff,’ zuchtte Julian zaterdagavond toen we met natte haren in de auto terug naar huis zaten, ‘gelukkig hebben we Katherine en Sophie niet gezien.’
Maar gisteren waren de dames waren er wel. Ik zag ze in de rij staan voor de duikplank en besloot Julian te plagen.
‘Ga nog een keer van de duikplank’, maande ik hem, ‘straks gaan we lunchen en is er geen tijd meer.’
Enthousiast liep hij richting de rij om onmiddellijk rechtsomkeert te maken en mij boos aan te kijken toen hij zag wie er ook waren.

Er was geen verstoppen meer aan toen ze ons in het vizier kregen. Daniël gaf knuffels, Simeon begon meteen te kletsen. Ten einde raad, ging Julian met Sophie -jonger, en veel jongensachtiger dus niet eng- torpedo’s opduiken. Dat brak het ijs want even later verzonnen ze met z’n drieën de meest gekke spelletjes en zagen we Julian niet meer terug. Hij bleef zelfs toen wij naar huis gingen en had een heerlijke middag.

Het kan gelukkig nog, je als Jip en Janneke gedragen als je elf en bijna twaalf bent.

donderdag 24 mei 2012

Uien


Ik loop achter de winkelwagen door de Giant. Achteloos leg ik fruit in de kar, net als een zak worteltjes. Macaroni wordt hier in steeds grotere hoeveelheden gegeten, ik reik naar twee pakken, die gaan wel op vanavond. Vlees, vis, salade, de kar vult zich weer vanzelf vandaag.
Pas als ik besluit uien in de pastasaus te doen en met een netje met tien uien in mijn handen sta, moet ik een moment nadenken. Komen die uien nog wel op?

Dezelfde vraag komt in me op als ik bij de gang met een eindeloze rij cereals, automatisch naar het supergrote pak Fruitloops grijp: gaan ze die nog leeg krijgen? Ik zet het terug en kies voor het kleine pak. Net als dat ik geen nieuwe voorraad olijfolie in sla en ‘n wat bescheiden aantal toetjes in de winkelwagen laad.
De Amerikaans lang houdbare melk die ik uit het schap haal, is goed tot 6 juli. Ik probeer 6 juli voor me te zien. Ik probeer me een voorstelling te maken dat ik dan bij de Albert Heijn loop om boodschappen te doen. Dat ik vla, beschuit, hagelslag en kaas koop, maar het is een nog weinig realistisch beeld.

Morgen over vier weken vliegen we, ik hoef nog maar iets meer dan drie weken Amerikaanse boodschappen te doen -de laatste week wordt er gepakt en zitten we in een hotel. Wat willen we eigenlijk nog een keer eten? Steak natuurlijk en taco’s met extra dunne tortilla chips en guacomole, verse zalm op de barbecue, jumbo-garnalen. Ik denk aan Smores, met echte Grahamcrackers, verse maïs en voor Simeon ijs met chocoladesaus die meteen hard wordt.

De finale komt in zicht, realiseer ik me al boodschappen doend en leg twee losse uien in de winkelwagen.

woensdag 23 mei 2012

Van film acht maken we een feestje


Julian knijpt in m’n hand als we onder de poort doorlopen en oog in oog staan met de stoomlocomotief van de Hogwarts Express. Ik knijp terug, dit is wel heel echt. Achter de trein beginnen de huisjes die met elkaar Hogsmeade vormen. Ik wijs naar het restaurant ‘The Three Broomsticks’.
‘Zullen we daar straks lunchen?’ stel ik voor. ‘Dan kunnen we ‘butter beer’ uitproberen.’
Julian knikt, hij heeft even geen woorden. Ollivander’s Wandshop, The Owl’s Post, Honey Dukes, de snoepwinkel, Zonko’s, de winkel vol grappen, Hagrid’s huisje met de Hippogriff ervoor, hij weet niet waar hij het eerst moet kijken. We lopen verder, maken een bocht en dan rijst het kasteel hoog en statig boven ons uit. Hogwarts, nog imposanter dan de voorstelling die we er ons al lezend van hadden gemaakt. ‘Wauw’, zeggen Julian en ik allebei tegelijk. Lees verder op Gezinspiratie

donderdag 17 mei 2012

Ken je dat gevoel?


Dat je helemaal leeg bent?
Dat elke vorm van creativiteit je verlaten heeft?
Dat de automatische piloot de meest basale handelingen overneemt?
Dat verder alles uit je handen valt?
Dat het enige wat je nog wilt een paar dagen weg is?
Dat een koffer inpakken niet meer lukt?
Dat je niet eens interesse kan veinzen voor die nieuwe, net gedownloade game?
Dat je bijna het uiteten gaan met een groep vriendinnen afzegt?
Dat zelfs het rinkelen van de telefoon al teveel is?
Dat de beren op de weg groter en groter worden?
Dat al je spieren zeer doen, maar dat je geen griep hebt?
Dat je denkt dat je elk moment kan omvallen?
Maar dat je wel door moet?

Dat gevoel dus.
Zou een reep chocola helpen?

woensdag 16 mei 2012

Met vriendinnen weg

Er komt een email binnen en mijn hart maakt een sprongetje. Ik klik meteen op het envelopje en bekijk de uitnodiging voor het jaarlijkse weekendje weg met mijn twaalf vriendinnen. Vriendinnen die ik nog van de universiteit ken, waar we bijna 25 jaar geleden allemaal op hetzelfde moment aan het eerste jaar begonnen. Sinds dat eerste jaar gaan we in juni een weekend weg, zonder mannen en kinderen. Onder het genot van teveel wijn en teveel lekker eten, praten we bij. De onderwerpen van al die gesprekken volgen nauwkeurig de fases die we in ons leven doormaken. Lees verder op Gezinspiratie 

dinsdag 15 mei 2012

Opruimen


Maandagochtend, net voordat ik met een diepe zucht het huis wilde gaan opruimen, belde Sandra, onze schoonmaakster. Of het goed was dat ze woensdag kwam. ‘Natuurlijk’, zei ik door de telefoon en voegde er zachtjes ‘hiep hoi’ aan toe. Onmiddellijk liet ik fluitend de rommel, de rommel; het was veel effectiever om pas op woensdagmorgen aan de slag te gaan.

Sinds gisteren staat er een bord in de tuin met ‘For Rent’ erop. De makelaar heeft me verzekerd dat eventuele kijkers eerst bellen om een afspraak te maken en niet zomaar voor de deur zullen staan.
‘Dat hoop ik dan maar’, reageerde ik een beetje dreigend, ‘want zonder belletje vooraf garandeer ik geen opgeruimd huis.’
Verder haalde ik mijn schouders op, ervanuitgaande dat het geen storm zou lopen met bezichtigingen.

Het is hier nu dinsdagmiddag. Dinsdag is altijd een dag met deadlines. M’n emailbox loopt over en ik probeer alles voor 14.00 uur af te hebben. Dan begint er een webinar over de nieuwste inzichten om kinderen met Down te leren lezen en schrijven, waar ik graag aan mee wil doen.
Opeens gaat de telefoon: de makelaar. Ze wil om drie uur vanmiddag het huis laten zien aan mogelijk nieuwe huurders. Ik kan niet anders dan ja zeggen.

Als een kip zonder kop ren ik door het huis, ruim op wat me voor de voeten ligt, stop viltstiften in lades, prop oud papier in een tas en leeg als een gek de vaatwasser. Tevreden kijk ik om me heen en probeer het van de zonnige kant te zien: nu hoeft het morgenochtend niet meer.

vrijdag 11 mei 2012

Ochtendstress


Simeon is geen ochtendmens. Alhoewel het beter is geworden sinds al z’n amandelen eruit zijn, moet ik hem nog altijd iedere ochtend wakker maken. Terwijl Julian en Daniël, fris omdat ze al lang op zijn, pannenkoeken en een grote bak pap naar binnen werken, zit Simeon met lange tanden aan de ontbijttafel op een boterhammetje te kauwen. Hij heeft pech dat juist zijn school vroeg begint.

De schoolbus haalt Julian en Daniël om 9.03 op, de school begint pas om kwart over negen. Simeon zit dan al een uur in de klas. Om op tijd te zijn moeten Simeon en ik eigenlijk een paar minuutjes voor acht uur in de auto stappen.
Dat redden we bijna nooit. Want als die boterham eindelijk op is, moet hij ook nog aankleden. Meestal liggen z’n schoenen op een onvindbare plaats en moet er op het laatste moment ook nog een autootje mee omdat het ‘show and share’ is.

Vanmorgen had ik geen zin in de strijd en het geren. Kim is naar New York, ik stond er niet alleen deze ochtend alleen voor, maar morgenochtend ook als we om acht uur spik en span in de auto moeten zitten -met lunches en voetbalspullen- om naar de Nederlandse school te gaan. Ik besloot Simeon ziek te melden en even te genieten van een rustige ochtend.

Dus zei ik gisterenavond tegen Simeon toen ik ‘m welterusten wenste: ‘je hoeft morgen niet naar school, je kunt lekker uitslapen. Ik kom je niet wakker maken.’ Het leek hem een heerlijk vooruitzicht en trok het dekbed helemaal over zich heen. Ik zette zelf de wekker wat later en hoopte maar dat Daniël niet al te vroeg wakker zou zijn.

Daniël bleef inderdaad lekker slapen vanmorgen. Het was Simeon die ruim voordat de wekker zou gaan aan mijn bed stond om fris en vrolijk mee te delen: ‘ik ben wakker mama!’

donderdag 10 mei 2012

Zelfcensuur


Zie hier een regelrecht geval van een writers-block. Het enige onderwerp waar ik over wil schrijven, daar mag ik van mezelf niet over schrijven. Het gevolg van deze zelfcensuur is dat het enige waar ik aan kan denken, dat ene te stoute onderwerp is. Net als in die oefening tijdens van die reflectieworkshops waarbij je niet aan een roze olifantje mag denken.

Ik kan natuurlijk net doen alsof mijn neus bloed en toch schrijven over het gesprek dat ik vanmorgen had met expatvriendinnen. Ze spreken en lezen geen Nederlands. Maar de knop van Google-translate is snel gevonden en bovendien: ze zijn vriendinnen dus doe je zoiets niet. Ons gesprek was daarvoor te persoonlijk met net teveel ontboezemingen.
Ik onderzoek het onderwerp van ons gelach en gepraat op internet. Lees wat Wikipedia erover te zeggen heeft en probeer verschillende varianten uit om er toch over te schrijven. Uiteindelijk druk ik elke keer weer op de delete-knop: dit is geen onderwerp om onder de aandacht van familie, oud-collega’s en aanverwanten te brengen. Je zult zelf je weg naar dit boek moeten vinden en zelf moeten beslissen of je het wilt lezen.

(Nee, ik heb het nog niet gelezen, maar sta in dubio. Aanstaande zondag is het moederdag en volgens een zeer grappige parodie van de comedy show ‘Saturday Night Live’, op een Amazon-reclame, is het boek een ultiem moederdagkado. Aangezien Harro er niet is, misschien het moment om zelf naar de boekwinkel te gaan?)

Ik klik alle internetpagina’s weer dicht, verwijder ook mijn laatste woorden en staar naar een lege pagina. Wat nu? Ik kan toch niet over een roze olifantje gaan schrijven?

woensdag 9 mei 2012

Schermpjes uit en het leven aan


Voor de zoveelste keer maan ik Simeon en Daniël tot stil zitten. Als ze netjes op hun stoel zitten, haal ik opgelucht adem en richt mijn aandacht weer op het toneel. Julian en z’n klasgenoten hebben dit jaar zangles gehad en geven een uitvoering. Als Simeon en Daniël het niet langer volhouden en weer beginnen te giebelen en te wiebelen, neem ik er één op schoot en houdt de ander in de houtgreep.
Ik kijk om me heen en probeer geïrriteerde blikken te negeren. Schuin achter ons zit een jongetje op een geluidloze iPhone te spelen. Even kom ik in de verleiding om Siem en Daan mijn telefoon te geven, want tja, dat jongetje zit wel heel stil. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 8 mei 2012

Link online


Hoe doe ik dit nu weer? Ik kijk naar m’n scherm en krab achter mijn oor. Hoe krijg ik de lijst met alle spullen die we willen verkopen online? Ik staar naar het vakje op mijn scherm dat zegt dat ik een pdf-file niet kan uploaden en weet het niet meer. De enige oplossing die in me opkomt  is om van alle pagina’s apart JPG-bestanden te maken, maar dat zou wel heel omslachtig zijn. Ik heb het gevoel dat het sneller en mooier kan en stuur een ‘help me’ bericht naar m’n alwetende zwager.

Het maken van de lijst zelf ging me goed af, compleet met foto’s, beschrijvingen en een prijs. Het lukte om er een pdf-bestand van te maken en ik wist het aantal kilobytes zover omlaag te krijgen, dat het bestand meteen opent en niet eerst secondes hoeft te laden. Ik stuur de lijst via de email naar een paar vrienden en print ‘m voor mijn schoonmaakster. Nu nog die online versie.

Uiteraard weet mijn zwager raad. Via Face Time meekijkend op het scherm van zijn laptop, leer ik hoe ik een pdf wel kan uploaden. Vakkundig voegt hij een functie aan mijn administratie-pagina toe. En inderdaad, als ik er weer alleen voor zit, heb ik de lijst binnen een paar minuten op ‘t net.

Hier vind je alles wat we te koop hebben. Ja, het is leuk om via die lijst een kijkje te nemen in mijn keuken, maar misschien dat er ook nog iets van je gading bij zit?

Laat me weten als je geïnteresseerd in iets bent, ook vanuit Nederland. Dan laten we het gewoon toch inpakken en bewaren ‘t voor je in Breda. Bedenk alleen wel dat alles wat elektriciteit nodig heeft, geen zin heeft.  En: de link doorsturen mag.

vrijdag 4 mei 2012

ringweg


Ik ben niet gewend om in de file te staan, dus als het dan een keer moet, schiet ik bij voorbaat al in de stress. Hoe druk zal het zijn? Hoe lang zal ik er over doen? Zal Daniël niet hoeven te plassen? En ook: als er maar niets mis gaat met de auto.

Zo ook gisteren.

Voor de verandering reed ík in plaats van Kim na schooltijd naar het huis van Mick en Joep voor de wekelijkse speel- en eetafspraak. Simeon had een feestje, dus Daniël en ik waren samen. De vriendjes wonen aan de noordkant van DC, ik moet over de 495, de ringweg rondom de stad om er te komen. Behalve op zaterdagochtend vroeg als we naar de Nederlandse school rijden, is het daar altijd druk en na vier uur ‘s middags meestal geen doorkomen aan.
Ik stapte in de auto om Daniël van school op te halen en wierp een blik op de benzinemeter. Gaat nog net, besloot ik en richtte mijn aandacht op de klok: ik was mooi op tijd. Wel was het warm, de zon prikte door de ramen heen en voor het eerst dit jaar zette ik de airco vol aan.
Op school ging het oppikken bijzonder langzaam. Je moet je voorstellen dat de ouders in een lange rij van auto’s één voor één langs de stoep rijden en kinderen inladen. Eindelijk zaten Daniël en het buurjongetje in de auto -Julian had schaakles en bleef op school. Lichtelijk gestresst reed ik terug naar huis om de buurjongen af te zetten, keerde en draaide de auto weer richting doorgaande weg.
Het heen en weer rijden duurde me allemaal te lang, in een file kan vijf minuten eerder of later een groot verschil maken en ik was bang achteraan te moeten aansluiten. Maar het viel mee: ik hoefde pas op de snelweg op de rem en niet al op de oprit.

Stapvoets gingen we vooruit: de andere rijbaan altijd sneller dan de baan waar ik me in bevond. Ik keek om me heen, nam de gok en wisselde opnieuw van strook. Zonder succes, want net voor me ging een vrachtwagen ook naar rechts.
Geïrriteerd trapte ik weer op de rem en zette de koeling iets harder: de zon en de drukte in m’n hoofd gingen niet goed samen. Ik probeerde alternatieve routes te bedenken, maar ken de weg aan de stadse kant van de Potomac niet goed genoeg. Ik probeerde te ontspannen en het optrekken en stilstaan te accepteren.

Net toen ik daar een beetje in slaagde, ging er een alarm af in de auto. Op het dashboard verscheen een geel oplichtend benzinepompje. Daar stond ik dan, midden in de autozee met mijn afslag 5 miles verderop en een snel teruglopende benzinemeter.

In de warmte, want de energieslurpende airco moest uit.

donderdag 3 mei 2012

Trendy


‘Het aantal mensen met een Hyves-account daalt, terwijl het aantal Nederlanders dat op Facebook zit explosief is gegroeid sinds augustus vorig jaar’, lees ik op de site van de Volkskrant. Het zo Nederlandse Hyves legt het af tegen de Amerikaanse blauwe bulldozer. Als ik aan mijn lijst van FB-contacten denk, herken ik dat helemaal. Wordt het -dus- niet tijd voor iets nieuws?

Tot aan begin van dit jaar had ik vooral Engelstalige Facebook-vrienden. Dat was ook precies de reden waarom ik ooit een account heb aangemaakt. Het is de meest makkelijke manier om contact houden met m’n expat-netwerk van vriendinnen die ondertussen over de hele wereld wonen. Bovendien lukte het via Facebook om in Houston m’n leven in Virginia in stand te houden en lukt het nu om m’n Texaanse netwerkje niet uit het oog te verliezen. Ik postte in het Engels en deed af en toe wat met Hyves.

Maar sluipenderwijs kreeg ik steeds meer Nederlandse digitale relaties. Eerst m’n zussen en onze voormalige au pairs, toen schrijf- en specialezorgcontacten, en de laatste maanden een explosieve groei aan kennissen, vrienden, ooms, tantes, neven en nichten. Iedereen stapt over of is ondertussen overgestapt en Hyves heeft het nakijken. Eigenwijs post ik wel nog steeds in het Engels.

Ondertussen verschijnen de eerste artikelen in de Amerikaanse kranten dat Facebook uit is. ‘Het sociale netwerk stamt nog uit de tijd dat we achter onze PC zaten, Facebook lijkt de slag naar het mobiele internetgebruik te missen’, las ik laatst in een artikel over het nieuws dat het bedrijf Instagram had overgenomen. En inderdaad: de FB-apps op mijn telefoon en tablet zijn gebruiksonvriendelijke, tijdrovende gevallen. Ik zit liever achter de laptop.

Nieuwsgierig kijk ik rond op de nieuwste trendy websites. Pinterest is niets voor mij, denk ik. Het wordt hier niet voor niets ‘the moms network’ genoemd en ik verzamel geen recepten, de nieuwste mode of tips hoe je je koelkast schoonmaakt.
Ik maak een account aan op Tumblr en dat gaat meteen fout. Voor ik het weet ben ik een half uur verder en heb ik door tientallen blogs van hippe jonge Amerikanen geklikt.

Voorzichtig post ik mijn eerste Tumblr-blog om te kijken wat er gebeurt. Iemand zin om mee te doen?

woensdag 2 mei 2012

Ons huwelijk als een project

Gisteren is Harro weer naar Nederland vertrokken, nu voor bijna drie weken. En alhoewel ik me besef dat ik niet moet zeuren, ik ken hier genoeg moeders van wie de echtgenoot maanden achter elkaar in het onveilige Irak of Afghanistan zit, slaak ik toch een diepe zucht. Op twee verschillende plekken in de wereld wonen, vergt het uiterste van de veerkracht in onze relatie. Vooral in deze tijd van transitie, als de romantiek toch al niet de boventoon voert. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 1 mei 2012

weegschaal


Ik sta op de weegschaal en schud mijn hoofd: dat is net iets teveel. Nu geeft mijn weegschaal Amerikaanse ponden aan en dan lijkt het al snel veel, maar ik heb toch liever dat het schermpje mijn streefgewicht laat zien. In gedachten ga ik na wat ik de afgelopen dagen gegeten heb. Borrelnootjes uit Nederland, drop uit Nederland, stroopwafels en hagelslag uit Nederland. Iedere keer dat Harro terugkomt, zit z’n koffer vol met lekkers.

De voorraadkast puilt dus uit en we graaien naar hartelust. Ik hou twee dagen bij wat de moeilijke momenten zijn en die vallen voor mij -niet verrassend- rond een uur of vier ‘s middags en ‘s avonds als ze er eindelijk in liggen en ik met laptop op de bank plof.
Dus koop ik fruit, veel fruit om de aandacht van die dropjes af te leiden. Ook koop ik limoenen om de glazen water smaak te geven, zodat ik niet naar de bosbessenlimonade grijp die Harro ook heeft meegenomen. Het lijkt niet zo, maar het stikt van de calorieën in een bodempje siroop.
Ooit heb ik een keer een interview gelezen met Paul de Leeuw over afvallen. Zijn tip was: ‘prent je in dat een knorrende maag een lekker gevoel is.’ Dat doe ik en denk niet aan de chips die ook in huis is en de chocoladekoekjes die Simeon beslist wilde kopen gisteren.

Langzaam komt dezelfde ervaring van een tijdje geleden terug: als je niet toegeeft aan de behoefte aan zoet en zout, verdwijnt de drang. Het voelt beter en vlak voordat Harro opnieuw in het vliegtuig stapt, belooft hij om deze keer niet naar de AH te gaan.

maandag 30 april 2012

opstand


Met het Koninginnedagfeest op de Nederlandse school achter ons en Harro z’n derde reis naar Nederland voor de deur, is het grote aftellen begonnen.
‘Nog vier keer naar school op zaterdag’, wist Julian vanmorgen te melden. Nog minder dan twee maanden te gaan, concludeer ik voor mezelf. Het gaat te snel, de resterende tijd is te kort.

‘We vertrekken één juni al naar de UK voor vijf weken’, vertelde een Britse vriendin bij wie we gisteren gingen barbecuen. We keken elkaar aan en trokken dezelfde conclusie: de kans bestaat dat we elkaar nooit meer zullen zien. En dat voelde vreemd en ongemakkelijk.
We kennen dit gezin al zes jaar, ze woonden met ons in dezelfde wijk in Houston en gingen net wat eerder dan wij terug naar Virginia. Niet dat we wekelijks bij elkaar op de stoep staan, maar toch.

Na een voorzichtige verspreiding van het bericht dat de auto’s te koop zijn, is de Pontiac al verkocht en komt er morgen iemand kijken naar de Chrysler.
Ik print de lijst voor de yard sale en geef ‘m aan Sandra, mijn grote hulp op maandagochtend. ‘Kijk er naar, laat me volgende week weten wat je wilt hebben. Ik wacht met verspreiden, je hebt eerste keus’, beloof ik haar.
‘Ik wil zeker de tv, de broodrooster en ga nadenken over ‘t espresso-apparaat’, reageert Sandra, terwijl ze door de lijst bladert. ‘Wat doe je eigenlijk met de keukentafel?’ vraagt ze.
Ik knik, de keukentafel is ook te koop. ‘Die wil mijn zus graag kopen’, weet Sandra zeker. Ik knik opnieuw en kijk een keer extra naar de tafel, mijn gevoel komt in opstand.
Hoeveel uren hebben we met z’n vijven wel niet doorgebracht in de grote rode minivan? Hoeveel koppen cappuccino heb ik wel niet gemaakt voor mezelf en vele vrienden en familie? Simeon en Daniël hebben allebei leren eten aan die tafel.

We tellen af naar het moment van afscheid nemen. Ik wéét dat het gaat samenvallen met aankomen, welkom geheten worden en een nieuw begin, maar voorlopig gaapt er een groot zwart gat tussen beide momenten.

donderdag 26 april 2012

Oase


‘Wat wil je doen?’ smst een Amerikaanse vriendin met wie ik voor woensdag heb afgesproken. ‘Lunch, koffie of misschien een wandeling?’
Ik lees haar berichtje woensdagochtend. Het is nog vroeg, maar de zon piept al tussen de gordijnen door. Na meerdere dagen met een gestage regenval, klinkt die wandeling wel heel erg aantrekkelijk.
‘A walk sounds great,early afternoon?’ typ ik terug en ga boterhammen smeren voor de lunches op school.

Ze komt me om kwart voor twee ophalen. Wat een luxe: ik hoef alleen maar in de auto te stappen, ik weet eigenlijk niet eens waar we naar toe gaan.
‘Ik stel voor om naar Meadowlark Botannical Gardens  te gaan’, zegt de vriendin.
Ik hoef alleen maar te knikken en we zijn op weg. Ik ben nog nooit in deze tuinen geweest, alhoewel ik weet dat ze er zijn. Julian heeft er wel eens een schoolreisje naar toe gehad.
Ik verwacht dat we door de drukke lunchfiles rondom de Mall moeten, maar ze slaat meteen linksaf en rijdt een woonwijk ik die ik ken van Simeon z’n voetbal. Aan het einde van de woonwijk zijn we er al.
‘Ik wist niet dat het zo dichtbij was’, zeg ik verrast.
De vriendin heeft een jaarkaart met gastpas, dus we lopen langs de kassa in het bezoekerscentrum met schildpadden en slangen en stappen de grote tuinen in.
Ik sta perplex, hou mijn adem in, adem dan langzaam uit. Ik kijk rond en probeer het uitzicht in één keer in me op te nemen. Voor me strekt een heuvelachtig terrein zich uit met grasvelden, bomen in alle kleuren groen, borders met honderden verschillende planten en bloemen in roze, wit, rood, oranje. Een stukje de heuvel af, ligt een grote vijver, waar eenden met kuikentjes ronddobberen. Rechts hoor ik een beekje klateren en als ik goed kijk zie ik tussen lentegroene bladeren door een houten bruggetje. De zon schijnt uitbundig en toch is het niet warm.
‘Zullen we langs het beekje richting de vijver lopen?’ wijst de vriendin. Ze vertelt dat de vijver vele grote karpers huisvest, in de meest prachtige kleuren. ‘Heel erg leuk voor kinderen om naar te kijken.’
Niet alleen kinderen, want wij staan een half uurtje later ook over de reiling gebogen en kijken gebiologeerd naar de traag rondzwemmende dikke meterlange vissen in het goud en oranje. Verschillende schildpadden drijven op het wateroppervlak om zich aan de zon te warmen.

We kletsen over de school, onszelf, verhuizen, vakanties. Net als het park een onverwachte oase is in onze drukke stadse buitenwijk, zo is deze wandeling een oase in de drukte van het project verhuizen. Opgewekt en ontspannen zet de vriendin me weer thuis af.

woensdag 25 april 2012

Kamperen in een 'food desert'


Michelle Obama is er, net als vele deskundigen, van overtuigd dat er een link is tussen overgewicht en het bestaan van ‘food deserts’: gebieden in de geïndustrialiseerde wereld -zowel stedelijk als landelijk- waar het moeilijk is om gezond en betaalbaar voedsel te krijgen. Zulke voedsel-woestijnen omvatten in de stad vooral de ‘slechtere’ wijken, waar helaas ook het percentage te dikke kinderen hoog is.
Gretig, maar hoofdschuddend, lees ik elk artikel over dit fenomeen. De relatie die Amerikanen met voedsel hebben intrigeert me nog altijd. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 24 april 2012

Urgent en belangrijk


Een stukje hier, een stukje daar; ik krijg lekker veel deadlines weggewerkt vandaag. Voor de woonkrant van onze makelaar in Breda een stukje over onze zoektocht naar het droomhuis (en de rol die de makelaar daarin speelde natuurlijk). Voor Down+Up mijn vaste column over onze terugkeer naar Nederland. Voor Gezinspiratie het stukje dat jullie altijd op woensdag lezen, maar door het tijdsverschil wel op dinsdag weg moet.

Andere deadlines komen ook erg dichtbij. Over twee maanden zitten we in Nederland, maar we hebben nog geen huis. Ja, we hebben een huis, maar daar kunnen we pas in de herfst in. We zoeken tijdelijke woonruimte, het liefst gemeubileerd omdat onze spullen weken op zee zullen verblijven.
Een andere deadline is 15 juni; dan beginnen de verhuizers. Dan moeten we dus weten wat in de luchtvracht moet, wat in de koffers, wat in de vrachtwagen en wat niet mee gaat. Van wat niet mee gaat, moeten we besloten hebben wat we willen verkopen op de yard sale de 17e en wat gewoon weg kan.
Dan zijn er de schoolgerelateerde deadlines. Op vrijdag heeft Julian elke week een spellingstest. De rij woorden die hij dan moet kennen wordt elke week moeilijker. Als ik hem op vrijdagochtend overhoor, kan ik de meeste woorden niet eens uitspreken. Voor de Nederlandse school is er aanstaande zaterdag een deadline: dan is april leesmaand voorbij en moeten ze alledrie hun lijst inleveren wat ze de afgelopen weken gelezen hebben, hoeveel bladzijden en hoelang. Tot nu toe hebben we de lijst alleen voor Julian ingevuld

Natuurlijk zijn er ook de dagelijkse deadlines. Altijd is er wel iets dat af moet, dat nu onmiddellijk de aandacht vraagt.
Toen ik nog op het ministerie werkte, gebruikten we daar een klein -2X2- tabelletje voor. Verticaal stond belangrijk en niet belangrijk en horizontaal urgent en niet urgent. Doel was om alles wat niet urgent en niet belangrijk was te schrappen, alles wat urgent, maar niet belangrijk was ook (of zo snel mogelijk af te wikkelen) en je te richten op alles wat belangrijk (maar niet urgent) was.
Dat werkt uiteraard niet: als de klok tikt is urgent is hetzelfde als belangrijk. De dingen die er echt toe doen -zoals wat ik eigenlijk wil gaan doen als we weer in Nederland wonen- verdwijnen vanzelf naar de achtergrond. Want een dak boven ons hoofd op 23 juni is toch net wat belangrijker. Of urgenter.

maandag 23 april 2012

deurmat

Wat zal ik er nog over zeggen? Dat ik hoofdschuddend voor de laptop zat zaterdagochtend om het live-blog op de site van de Volkskrant te volgen? Dat ik net als iedereen verrast was, maar toch ook weer niet: wat wil je nog na zeven weken onderhandelen? Dat ik Rutte en Verhagen opnieuw slapjanussen vindt omdat ze zich tot het einde hebben laten koeienoren? Dat ik niet verbaasd ben dat Wilders naar Amerika vertrekt -verwacht de Volkskrant? Dat ik denk: 27 juni verkiezingen, da’s wel heel snel?

Misschien beter om er helemaal niets meer over te zeggen, m’n schouders op te halen en over te gaan op dat wat er wel toe doet. Maar dat lukt niet helemaal. Want ik heb te maken met PGB, rugzakgelden, AWBZ, Wmo-gelden. Allemaal regelingen die of aan het verdwijnen zijn, of onder druk staan. Wat gebeurt daar nu mee? Ook een leuke: wat gebeurt er nu met de overdrachtsbelasting? We zijn wel een huis aan het kopen.

Ik laat de berichtgeving toch maar voor wat ie is en open een website met een overzicht van hotels hier in de buurt. Waar gaan we onze laatste dagen in de VS doorbrengen?
We trotseren de regen die opeens met bakken uit de lucht komt vallen en rijden met de jongens naar het zwembad. Als ze niet op de trampoline kunnen, dan maar in het water wat energie verbruiken.
We zien een leuk huurhuis voor de eerste maanden -we kunnen pas in de herfst in ons droomhuis- aan onze neus voorbijgaan en maken grapjes: ‘misschien moet de tent maar mee in de luchtvracht, kunnen we kamperen in het Mastbos.’
We bekijken de agenda voor de komende weken en stellen bezorgd vast dat het wel erg dichtbij gaat komen.
‘Maar wat,’ roep ik kijkend op die agenda uit, ‘als er inderdaad op 27 juni verkiezingen zijn? We komen op de 23e aan: dan hebben we niet ineens zomaar een kieskaart op de deurmat liggen, zo zonder adres.’

En daarmee open ik toch maar weer de websites van de Nederlandse kranten, op zoek naar meer nieuws over de Nederlandse politiek.



donderdag 19 april 2012

A's en O's

Opgetogen komt Julian uit school: ‘mam, kijk wat ik heb!’ Normaal rent hij meteen naar boven, naar z’n kamer om te kijken hoe het met z’n draken staat (hij is, online, samen met vriendjes een drakeneiland aan het bouwen op de iPod), maar nu opent hij z’n rugzak en haalt er een bruine envelop uit.
Reden genoeg om op de plaats halt te houden en hem mijn ongedeelde aandacht te geven. Uit die envelop komt zijn rapport. ‘Ik heb op één vak na, allemaal A’s en O’s, goed hè?’ Stralend kijkt Julian me aan. Ik straal terug en ben trots op ‘m.

Voor elk vak krijgt Julian twee beoordelingen, niet alleen hoe goed, maar ook hoe hard hij gewerkt heeft. Een A voor een vak betekent ‘uitmuntend’: beter kan niet. Een O voor hetzelfde vak betekent dat de inspanning die Julian ervoor geleverd heeft ‘outstanding’ was: meer had hij niet kunnen doen.
Je kunt natuurlijk zeggen, dat een rapport maar een rapport is, en dat er andere dingen in het leven belangrijk zijn dan cijfers op school, maar zo’n lijstje geeft mij een indicatie hoe het gaat.

Hij heeft er de afgelopen maanden hard voor gewerkt: veel huiswerk gemaakt, goed opgelet. Loon naar werken is altijd fijn en motiveert om de inspanning te blijven leveren.
Op z’n eerste rapport dit jaar, in de herfst kwam Julian niet verder dan B’s, C’s en G (good) en S (sufficient) voor de inspanning. Hij had moeite met de omschakeling van het Texaanse curriculum naar het lespakket hier in Virginia. Het sluit niet aan en er worden andere eisen gesteld die hij eerst niet doorhad wat tot grote frustratie en veel moedeloos gezucht achter z’n huiswerkopdrachten leidde.
Nu zijn rapport terug is op het niveau van Houston, weet ik dat hij de draad weer heeft opgepakt.

Kortom hij heeft de verhuizing doorstaan en zit weer lekker in z’n vel. Voor mij genoeg om te constateren dat we er goed aan hebben gedaan om pas aan het einde van het schooljaar naar Nederland te vertrekken en niet met Harro zijn meegegaan op 1 april.

woensdag 18 april 2012

En waarom dan wel (of niet)

'Mama, er zit toch wel een lampje in je buik?' Het is acht uur 's ochtends, ik stuur de auto over de drukke doorgaande weg, richting de school van Simeon (vijf). Simeon zit direct achter me en ik kan z’n hersens bijna horen kraken. ‘Wat moet ik met een lampje?’ vraag ik op de automatische piloot en besteed geen aandacht aan het antwoord. Zodra Simeon ‘s ochtends wakker wordt, staat hij op ‘aan’ en dat is soms knap vermoeiend. Vooral omdat we onszelf er niet in herkennen. Lees verder op Gezinspiratie

vrijdag 13 april 2012

Boekjes maken

Daar zitten we dan met al onze Amerikaanse apparatuur. Prachtige wasmachine, maar die zal niet doen op de Europese stroom. Heerlijk koffiezetapparaat dat vast en zeker ontploft als we ‘m 220 Volt gaan geven in plaats van 120. Friteuse, mixer, vermaler, allemaal ongeschikt voor ‘t Nederlandse net.
Die vermaler heb ik alleen maar gekocht om amandelen tot pulp te malen, en omdat amandelspijs in Nederland gewoon te koop is, heb ik die niet meer nodig. Maar al die andere spullen wel. Net zoals schemerlampen, bureaulampen, de wekker, de boormachine, elektrische tandenborstel en natuurlijk het veelgebruikte lamineerapparaat.

Het plan is om op 17 juni een grote yardsale te organiseren; hopelijk vinden al onze apparaten dan een tweede huis. En omdat we toch bezig zijn, zoeken we ook meteen al het speelgoed uit, de kinderboeken en alle kleren. Kan alles wat te groot, te klein of te kinderachtig is ook verkocht worden.
Naar goed Amerikaans gebruik, zullen we de opbrengst van deze tuinwinkel-voor-één-dag niet zelf houden, maar weggeven aan een goed doel. De helft van de opbrengst gaat naar Freedom Hill, onze Amerikaanse school, de andere helft naar de Nederlandse zaterdagochtendschool. Beide scholen hebben veel voor ons gedaan en het is prettig dat we zo wat terug kunnen doen. Dat beide scholen bereid zijn om alle ouders die in hun bestand staan, aan te schrijven om publiciteit voor de sale te maken, is mooi meegenomen.
Oma is op bezoek, zij zoekt de boeken en het speelgoed uit. De garage is al uitgezocht. We maken foto’s en verzinnen prijzen per item en maken een lange lijst met te verkopen producten die we binnenkort online zullen zetten: hou de sociale media in de gaten!

En dat lamineerapparaat? Dat gebruiken we om boekjes voor Daniël te maken. Boekjes met woorden met de ui, eu ie en ei. Boekjes over onze trip naar New York en de vakantie naar Curaçao.
Tot onze verrassing, kwam uit de garage een tweede lamineerapparaat tevoorschijn: ooit in Nederland gekocht en geschikt voor 220 Volt. Hopelijk heeft ie zes jaar stoffige garages en verschillende verhuizingen overleeft. Kunnen we straks in Nederland weer fijn boekjes maken.

woensdag 11 april 2012

New York door kinderogen

‘Dat is toch die stenen mevrouw met haar hand omhoog?’ vraagt Simeon, wijzend naar The Statue of Liberty in de verte. Ik knik en laat ook Julian en Daniël in de juiste richting kijken. ‘Wauw, dat is ‘m echt!’ roept Julian uit. ‘Ik wist niet dat het beeld zover in zee stond, we moeten met de boot.’
‘Liberty!’ knikt Daniël en wijst. Het is voorjaarsvakantie en we zijn met de jongens een paar dagen in New York City. Ik geef toe, een strandvakantie was makkelijker geweest, maar het is wel heel bijzonder om deze prachtige stad door hun ogen te zien. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 10 april 2012

chocoladevlekken

Terwijl we in New York zijn en we in het hotel moeten betalen voor wifi met een minuscule bandbreedte, komen er emails met enorme bestanden binnen: koopkontrakt, hypotheekofferte, aanvullingen op het koopkontrakt aangaande de overdrachtsbelasting.
We mailen terug naar Breda: ‘vijdag zijn we weer thuis, dan zullen we er naar kijken’ en nemen de jongens mee in de metro in de richting van the Empire State Building.

Donderdagavond stappen we uitgeblust uit de taxi die ons van het treinstation in DC naar huis bracht, openen de voordeur en laten de koffers op de mat vallen. We nemen niet eens de moeite om ze naar de betreffende slaapkamers te tillen, maar halen de pyjama’s en tandenborstels eruit en stoppen iedereen, inclusief onszelf, voor acht uur in bed.
Na een karig ontbijt op vrijdagochtend -nogal verwend na drie ochtenden in het hotelrestaurant eieren en fruitsalades eten- stappen we over de koffers heen naar de computer. Eerst maar ‘ns al het papierwerk regelen. De verkopende makelaar had al een ongeruste email gestuurd waar het koopcontract bleef.
We zetten ontelbaar vaak onze paraaf en handtekening op drie kopieën van elk document. We scannen één kopie en sturen die per email naar de makelaar. De andere exemplaren gaan in een net mapje, die neemt Harro volgende week mee naar Nederland. Hij zal ze persoonlijk in Breda afgeven.

Het voelt wat ongemakkelijk als ik later op de vrijdagochtend toch maar die koffers ga uitpakken.Ik zoek de was uit -fijn van die shirts met ijs en chocoladevlekken die al sinds maandag in een plastic tasje zitten- en bedenk me dat ik een handtekening heb gezet waarmee ik afspreek met de bank dat de verantwoordelijkheid neem voor een enorme lening. We hebben de mensen bij de bank niet gezien, onze tussenpersoon van de hypotheekshop alleen via de telefoon ontmoet, laat staan dat ik het huis heb gezien waar ik nu formeel eigenaar van ben.

Ik moet het wel accepteren, dit hoort blijkbaar bij het leven aan deze kant van de oceaan. Als de wasmachine draait, klik ik de geheugenkaart van het fototoestel in de laptop en ga lekker samen met de kinderen de foto’s van onze fantastische stedentrip naar the Big Apple bekijken.

maandag 9 april 2012

Fifth Avenue

Vanaf de kerk waar Peter Stuyvesant begraven ligt, nemen we de metro naar 59 Street. Daar vandaan is het nog maar een paar blokken lopen naar de ingang van Central Park. Het is lunchtijd en we hebben al een aardige wandeling in de benen. De zon schijnt, het park nodigt uit tot een picknick en rondrennen.
Al lopend door 59 Street kruisen we de Avenues en hoe dichter we bij Fifth Ave komen, hoe meer winkels we tegen komen. Winkels die steeds luxer, duurder en meer trendy worden.
Verlangend kijk ik om me heen, ik zie Kim ook al een blik opzij werpen. Als ik als vanzelf langzamer ga lopen om een etalage met leuke jurkjes te bewonderen en wil voorstellen om even binnen te kijken, begint Simeon aan mijn arme te trekken en te jammeren: ‘ik ben moe, zijn we al bijna bij het park? Mag ik nu al eten?’
Ik ben meteen terug in de realiteit: we zijn met de jongens in New York.

En dus gaan we naar Central Park, waar ze opeens niet moe meer, rondrennen en op de rotsen klauteren. En dus knik ik gehoorzaam als Harro voorstelt om met een omweggetje door het park terug naar de metro te lopen: ‘daar verderop zijn ook nog rotsen en dan kunnen ze over de brug rennen.’
Ik accepteer dat vooral de boottocht naar the Statue of Liberty leuk is en het museum op Ellis Island alleen geaccepteerd wordt omdat ze in de grote zaal -Registery Room- tikkertje kunnen spelen.
Ik begin niet eens meer over winkelen en probeer het positief in te zien: we hoeven geen uren door te brengen in die afschuwelijke poppenwinkel ‘The American Girl’, waar dezelfde outfits voor de pop en de poppenmoeder te koop zijn -voor honderden dollars.
Ik kijk niet meer op van steaks bij het avondeten en bacon met gebakken eieren voor ontbijt. Ik ben niet verbaasd dat ze om half tien al beginnen te vragen of het al lunchtijd is en of ze pizza met een hotdog mogen.

We rijden een extra rit met de subway: ‘wat gaat de trein hard hè, mamma?’ en ik beantwoord honderd vragen over het verschil tussen de metro, tram en trein.
Ik zie er zelfs de lol van in dat we vanuit onze hotelkamer uitzicht hebben op de bouwplaats die ground zero is geworden. De hijskranen, cementmolens en vorkheftrucks draaien van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat: de jongens zitten ademloos met hun neus tegen het raam aangedrukt te kijken.

Maar dat we zonder ook maar één winkel in te zijn geweest over Fifth Avenue hebben gelopen, dat is maar moeilijk te accepteren.

zondag 1 april 2012

NYC

Ik heb net ook nog online kaartjes gekocht en meteen geprint om the Empire State Building te beklimmen tot de 86e verdieping mogen. Die verdieping waar Tom Hanks en Meg Ryan elkaar eindelijk vinden in ‘Sleepless in Seattle.’
Die kaartjes gaan in het mapje ‘New York’, samen met kaartjes voor het Vrijheidsbeeld -Simeon: ‘dat is toch die mevrouw van steen die haar hand omhoog houdt?’- en de met man en macht te beschermen tickets voor musical The Lion King, omdat ze zo duur zijn. Het gaat gebeuren: morgen nemen we de drie jongens mee naar New York.

Op de grote kalender die hier thuis op de muur hangt om Daan te helpen de chaotische periode tot 22 juni als ons vliegtuig naar Nederland vertrekt, te overzien, is bij het vakje van morgen een plaatje van een trein geplakt.
Het leek een goed idee om met de trein te gaan, maar nu we moeten gaan pakken, bedenken we dat de trein betekent dat we met koffers lopen te slepen. En een grote tas met lunch, snack en pakjes appelsap. Voor zes mensen, want Kim gaat ook mee.
Maar het enthousiasme van de jongens -’we gaan in de trein’- maakt het allemaal goed.

Ze weten dan New York een grote stad is, dat we met de boot naar die stenen mevrouw gaan en ik heb op Youtube een filmpje van de musical laten zien. Ik hoop niet dat Daan teleurgesteld gaat zijn, dat het anders is dan de film.

Omdat Kim meegaat, kunnen Harro en ik ‘s avonds uit. We gaan naar een comedy show en een jazz-concert. Ook daar zijn de kaartjes voor geprint en in het mapje gedaan.

We zijn er helemaal klaar voor en hebben er zin in. We moeten alleen het roze mapje met ‘New York’ erop niet vergeten. Ik ben er maandag 9 april weer.

vrijdag 30 maart 2012

Hoofdpijn

Het begon woensdagavond: hoofdpijn. En omdat ik bijna nooit hoofdpijn heb, komt het hard aan als ik een keer aan de beurt ben. Naïef denk ik dan: nee, geen asprine, hoofdpijn betekent gas terug nemen, even rustig aan doen dan gaat het vanzelf weer weg. Dus zette ik woensdagavond de laptop uit en een simpele romantic comedy aan.

Gedurende de hele film had ik nergens last van, maar toen ie was afgelopen en ik in m’n eentje Daan kon laten plassen, de keuken kon opruimen en alle lichten mocht uitdoen -Harro is dan wel weer in de US of A, maar die avond in Houston- kwam de pijn met mokerslagen terug. Nog steeds vond ik: eerst maar ‘ns slapen, geen asprine.

Donderdagochtend was Daniël heerlijk vroeg wakker en dwarser dan dwars. Simeon kwam naar beneden met de mededeling dat hij nog steeds pijn in z’n oor had en Julian zat met denkrimpels al vroeg boven z’n huiswerk: ‘mam kan je me helpen, ik snap dit niet en het is niet leuk!’ De op de achtergrond zachtjes zeurende pijn in mijn hoofd, kwam zich onmiddellijk weer op de voorgrond melden.

In plaats van pillen, koos ik voor een echte vrouwenoplossing: koffieleuten met andere vrouwen. Omdat het hier een buitenwijk van DC is, is er altijd wel ergens een koffieochtend. Ik reed naar een enorm huis in de heuvels rondom Vienna voor de ‘IFR-coffee’, dat staat voor International Foreign Residents. De aanwezige dames waren stuk voor stuk vaker verhuisd dan ik, ook met kleine kinderen. Ze relativeerden mijn verhuisstress en overtuigden me dat het echt wel goed komt, ook al is de to-do-list nog zo lang. ‘Kinderen zijn flexibel, ze overleven zo’n verhuizing echt wel weer’, werd me verzekerd door ervaren koffiedrinksters.

In de auto op weg naar huis bonkte het wat minder in mijn hoofd. Maar toen ik m’n emails opende en zag dat zowel het rapport met de bouwkeuring binnen was, als het concept-koopcontract als offertes voor de hypotheek én dat we voor alledrie op vrijdagochtend een gesprek met Nederland zouden hebben, was het opnieuw mis.

In plaats van alles printen en rustig lezen, printte ik de papieren gehaast, stopte ze in een mapje en stapte in de auto naar de orthopeed. De huisarts had me doorgestuurd naar deze specialist omdat de ontsteking in mijn elleboog een soort cyste had achtergelaten die hij niet vertrouwde.
Braaf vulde ik de vele medische formulieren in en wachtte hypotheekoffertes lezend op mijn beurt. ‘Daar doen we niets aan’, concludeerde de specialist na een korte blik. ‘Dat is littekenweefsel en verdwijnt vanzelf.’
Binnen vijf minuten stond ik weer buiten, boos op de huisarts die voor niets alarm had geslagen. Maar mijn hoofdpijn was wel helemaal weg.
Niet uit opluchting omdat ik me ongemerkt toch druk gemaakt had om die elleboog, maar omdat ik zonder dat het teveel moeite had gekost, iets van mijn lange to-do-list af kon strepen.

woensdag 28 maart 2012

In voor- en tegenspoed

Ik zie ons nog zo staan, op het stadhuis aan de Grote Markt in Delft. Ik in een donkerblauwe, glimmende jurk met hoed en lange handschoenen en Harro in een licht pak. We gingen met de boot van ons huis over de Schie naar de stad. Een boot vol ballonnen dankzij onze actieve ceremoniemeesters.
In het stadhuis zeiden we blijmoedig ‘ja ik wil’ en lieten de felicitaties over ons heenkomen. Geheel in onze stadse stijl, vierden we feest in restaurant ‘t Gouden Hooft in Den Haag, met diner en een band. Die zonnige dag in september 1999, was afgelopen zondag precies twaalf-en-een-half jaar geleden. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 27 maart 2012

No worry, no hurry

Met prikkende ogen ploeterde ik gisteravond op een email aan Julian z’n juf. We hadden er weer een fijne dag van alle ballen in de lucht houden opzitten en zaten uit te hijgen op de bank. Het regelen van een bouwkundige keuring, hypotheek, zomervakantie, notaris, tijdelijk huis voor eerste Nederlandse maanden, het leek allemaal overeind te blijven. Alleen de bal van Julian z’ n schoolwerk dreigde te vallen, dus moest die email aan de juf nog verstuurd.

Julian is vorige week de hele week ziek geweest. Hij had een fikse keelontsteking te pakken, met koorts, hoofdpijn en algehele malaise. Toen ik hem op woensdag meenam naar de dokter, kreeg hij wonder boven wonder geen medicijnen.
‘Het is een virale infectie, daar kunnen we niets tegen doen’, vertelde de dokter. ‘Lekker laten uitzieken.’ Ze adviseerde zelfs om zo min mogelijk pijnstillers te geven zodat de koorts en de natuurlijke afweer hun werk konden doen. Hogelijk verbaasd stond ik weer buiten, dit zeer Nederlandse advies heb ik in zes jaar VS nog niet gehoord.
Niet alleen ziek zijn is vervelend, Julian verveelde zich ook nog eens ontzettend én liep na een paar dagen achter op school.
Na herhaaldelijk aandringen van mijn kant, stuurde de juf een pakketje huiswerk met een vriendje mee. Braaf ging Julian vrijdagochtend aan tafel zitten en samen bespraken we wat hij wanneer zou doen.

Op maandagochtend stuurde ik de juf een berichtje: ‘het is nog niet af, maar hij is wel weer beter.’
No worry, no hurry’, schreef ze terug. ‘We zijn al lang blij dat hij er weer is.’
Gerustgesteld zette ik ‘schoolwerk Julian’ uit m’n hoofd en ging me inlezen in de hedendaagse Nederlandse hypotheekvormen.

Maar gisteren uit school, bleek dat Julian ‘s ochtends meteen een rekenproefwerk had moeten inhalen en vandaag een test zou hebben over vulkanen, rotsen en aardbevingen. Alle lessen daarover had hij gemist. Met de laptop erbij, hielp ik hem zo goed en zo kwaad als het ging.

‘Sorry,’ typte ik gisterenavond op de bank naar de juf, ‘het komt op mij niet over als ‘no worry, no hurry.’ Met een laatste restje energie probeerde ik een zo vriendelijk mogelijke Engelse email te sturen.

maandag 26 maart 2012

Inrichting

‘Wel heel modern, vooral die keuken!’ reageert mijn Amerikaanse buurvrouw op de foto’s van het huis in Nederland dat binnenkort ons eigendom is. ‘Very clean and very white’, voegt ze er aan toe.
Ik knik, ze heeft gelijk. De grote hoeveelheid wit was ook het eerste wat mij opviel, toen we onze zoektocht naar een Nederlands huis begonnen. Het tweede dat opviel was dat het er eigenlijk overal hetzelfde uitziet.
Lopend door Nederlandse huizen en klikkend door een enorme berg foto’s op Funda, is me helemaal duidelijk wat hip en trendy is op het gebied van wonen in Nederland: naast wit is dat de kleur oranje, grote kleurige schilderijen, een beperkte hoeveelheid stoere, strakke meubels -met één verdwaald kussen op de bank- en houten vloeren.
Mooi, maar -inderdaad- erg modern.

Amerikaanse huizen zijn, voor zover ze al ingericht zijn -meestal komen ze niet verder dan een grote tv, een hangbank en een hometrainer midden in de woonkamer- of heel klassiek met veel koper en krullen of heel Engels met bloemetjes, kant en ruches. In beide gevallen vind je overal kussens. Meestal staan de huizen overvol. Twee, soms drie bankstellen, overal tafeltjes, krukjes, kasten en natuurlijk twee eettafels met bijbehorende zwaar beklede stoelen.

Ik realiseer me dat de meubels die we hier hebben gekocht, niet in het standaard Nederlandse beeld passen. In de afgelopen zes jaar is onze smaak opgeschoven: van net zo modern als de inrichtingen in de huizen waar we doorheen lopen, naar klassiek. We hebben donkerhouten boekenkasten, een groot net zo donker eiken bureau, inderdaad koperen lampen boven een bank met een donkerrode met gouden bekleding. Gelukkig geeft de zeefdruk van Matisse aan de muur er een fris tintje aan, maar toch.
Onze witte eettafelstoelen, nog uit Nederland, zijn afgeragd. Ze zitten onder de pennenstrepen en chocomelvlekken en staan op het lijstje om niet mee te gaan in de verhuiswagen.

‘Maar de straat en het huis zelf, zien er wel erg mooi uit’, vindt mijn buurvrouw.
‘Jullie zijn welkom hoor,’ reageer ik, ‘om het met eigen ogen te komen bekijken. We hebben meer dan genoeg logeerruimte. Het huis is dan wel Nederlands modern, het heeft een puur Amerikaans formaat!’

donderdag 22 maart 2012

Half af

Om half zes staat Julian aan mijn bed, kreunend en steunend zoals alleen een man (groot of klein) die zich ziek voelt, dat kan. Ik stap eruit en geef hem pijnstiller en neusspray. ‘Kom maar bij mij in bed liggen’, zeg ik grootmoedig en kruip zelf ook onder de dekens.
Maar slapen lukt niet meer. Ik check mijn email op berichten van Harro of de makelaar, de Nederlandse dag is tenslotte al begonnen. Instemmend lees ik dat de makelaar ons bod op dat ene mooie huis heeft overgebracht.

Net als ik op het punt sta om Simeon naar school te brengen -‘kom op Siem, nu echt je schoenen aan doen’- belt de assistente van de orthopeed die naar mijn elleboog moet kijken omdat de infectie niet weg wil. ‘Ik bel om de afspraak te bevestigen en uw gegevens te noteren’, begint ze. Ik zucht en begin m’n adres te spellen, accepterend dat we te laat op school komen.
Ik lever Siem af in de klas en stop voor de terugweg mijn iPhone diep weg in m’n tas. Emails van de makelaar kunnen ook wachten tot ik thuis ben, laat ik me nu op de weg en het drukke verkeer concentreren voordat er echt iets mis gaat.

Weer thuis, moedig ik Julian aan om toch echt iets te eten. Met een boterham met hagelslag kruipt hij achter z’n Pokémon-filmpjes. Ik open de email en reageer op berichten over dat ene huis en klik op Funda, dat tegenwoordig onder mijn favorieten staat, om voor de zoveelste keer de foto’s te bekijken.
De makelaar stuurt een tweet, die ik met een kwinkslag retourneer. Ondertussen weet mijn hele digitale netwerk dat we naar Breda gaan verhuizen, het kan geen kwaad daar nog ‘ns op te wijzen.
Net voordat ik m’n tanden ga poetsen, omdat ik eindelijk een afspraak met de tandarts heb gemaakt, belt Harro: ‘er is een tegenbod. Wat doen we, bieden we over de vraagprijs ja of nee?’

‘Pap, wacht even ik bel je zo terug, de verpleegster van school belt op de mobiel’, haastig hang ik op en ontgrendel de iPhone. Voordat ik ‘hello’ zeg, roep ik Julian: ‘wil je zelf even in de soep voor je lunch roeren?’
‘Niks aan de hand’, zegt ze. ‘Daniël heeft z’n voorhoofd gestoten en wilde zelf heel graag dat ik er naar keek.’
‘En heeft hij genoten van de aandacht die dat opleverde?’ reageer ik.
De verpleegster lacht en verontschuldigt zich: ‘als een kind zich hier meldt, moet ik de ouders bellen.’
Ik bel m’n vader terug en we praten over het droomhuis dat opeens op de markt is en ik vertel over onze overwegingen om eventueel boven de vraagprijs te bieden.

Net als ik eindelijk achter de laptop wil kruipen om m’n stukje voor Lotje&co te typen, staat Julian weer beneden: ‘zal ik dan nu mijn spellingshuiswerk maken?’
‘Goed plan.’
‘Help je me? Het zijn moeilijke woorden.’
Ik knik en open een site naar een Engels woordenboek, het zijn inderdaad rottige woorden deze week.
‘Klaar!’ zucht Julian een half uur later en ik keer terug naar Pages om een volgende alinea te schrijven. Tussendoor belt Harro en vertelt over z’n gesprek met de makelaar.

Voordat ik kan antwoorden, belt de schoolverpleegster opnieuw. ‘Daniël heeft twee plasongelukjes gehad, kunt u schone kleren komen brengen?’ Ik pluk een schone broek uit de kast en stap in de auto. Het half geschreven stukje voor Lotje aan z’n lot overlatend.

woensdag 21 maart 2012

In oktober geen pompoenen

Het is vrijdag, laat in de ochtend en ik zit op de fiets. In mijn hand hou ik de kaart van Breda. Bij ieder stoplicht sta ik stil, zoek naar de bordjes met straatnamen en kijk op de kaart, die steeds meer kreukt door de wind. Als om me heen de fietsers weer gaan rijden, stap ik ook weer op. Onzeker ga ik rechtdoor, ik ben ondanks de kaart toch de weg kwijt geraakt. In plaats van op de route te letten, kijk ik om me heen en vraag me af of deze omgeving ons nieuwe thuis zou kunnen worden. Lees verder op Gezinspiratie

maandag 19 maart 2012

Tureluurs


Om kwart voor negen zaterdagochtend, lopen we het makelaarskantoor binnen.
‘Willen jullie nog koffie?’ vraagt de makelaar. We schudden ons hoofd, we hebben al koffie gehad in het hotel.
‘Oké, dan gaan we!’
We stappen bij hem in de auto, nieuwsgierig wat de dag ons gaat brengen en helemaal klaar om elf huizen van binnen te gaan zien.

Al rijdend vertelt de makelaar over de wijken en wij kijken mee op de kaart.
‘Hier heb ik gisteren gefietst’, wijs ik.
‘Ik heb gisteren thee gedronken met de moeders die ik hier toevallig ken en ben met ze meegefietst om kinderen uit school te halen. Ik had een fiets op het station gehuurd’, leg ik uit als de makelaar vragend kijkt.
Het eerste huis staat in de nieuwbouwwijk waar we op papier niet zo van gecharmeerd waren. Maar het valt alles mee: het wijkje ligt helemaal niet achteraf, maar juist heel centraal, het huis groot en comfortabel.
Het tweede huis is onze favoriet. Opgelucht stappen we na de bezichtiging weer in de auto: het is inderdaad een mooi huis, mooie tuin en het bijbehorende tuinhuis biedt heel veel mogelijkheden. Ik zie al logeerfeestjes voor me van Julian met vrienden.
Wel vraag ik me af hoe rustig de wijk is, het voelt hier wel een beetje achteraf. Toch zetten we een uitroepteken achter het adres en gaan door naar de volgende huizen op onze planning.
Eén voor één vallen er huizen af. Te dicht bij een drukke weg, lelijke lichtblauwe tegels in de badkamers en keuken, te klein, teveel een opknapper, te ver weg van de stad. Als we snel een broodje eten is de makelaar optimistisch: ‘het gaat goed, ons lijstje wordt klein!’

Maar in de middag zeggen we steeds vaker: ‘ja dit huis zou kunnen.’ We zien grote huizen die mooi opgeknapt zijn met spannende vides in de slaapkamers, huizen met karakteristieke kenmerken en we rijden ook terug naar het nieuwbouwwijkje, omdat daar meer huizen te koop staan.

Tureluurs van alle keukens, trappen en badkamers, zitten we diep in de middag weer op het kantoor van de makelaar, nu wel met koffie voor onze neus. ‘Is dat ene huis nog steeds jullie favoriet?’ vraagt hij.
We schudden ons hoofd en zuchten diep.
‘Het is het mooiste huis’, verwoord ik onze twijfel, ‘maar niet in de mooiste wijk.’

We weten het even niet meer en laten de huizen voor wat ze zijn. We gaan uiteten met familie en genieten van ons kleine nichtje dat alweer groot wordt.

donderdag 15 maart 2012

Ben er klaar voor

Mijn koffer staat klaar,
de taxi is gebeld,
de stoel in het vliegtuig gereserveerd,
het hotel betaald.

Het weekendschema voor de kinderen geprint
met logeerpartijen, verjaardagsfeestje en voetbalwedstrijd.

Koppen koffie afgesproken bij nieuwe vrienden,
een etentje bij oude kameraden.
De bezichtiging van heel veel huizen gepland
een bezoek aan de Internationale School gemaakt.

Een tafel in een gezellig restaurant gereserveerd
voor zeven personen -met kinderstoel voor 't kleine nichtje.

De kaart van Breda zit in de tas.
Ik moet alleen nog naar de kapper...

woensdag 14 maart 2012

Omdat mijn echtgenoot zo hard werkt

Meer dan de helft van de mensen die in onze directe omgeving wonen, heeft geen Amerikaans paspoort. Ze zijn hier net als wij tijdelijk en komen uit alle delen van de wereld. De gewone buurtschool van de jongens herbergt alleen al 60 nationaliteiten. Dat betekent dat we elke dag te maken hebben met culturele verschillen. Sommigen zijn meteen duidelijk, andere verschillen liggen wat minder aan de oppervlakte. Die verschillen zeggen vooral ook iets over ons en onze Nederlandse achtergrond. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 13 maart 2012

Gekkenwerk

Geroutineerd klik ik door de Funda-foto’s heen van het zoveelste huis in Breda. Binnen een paar secondes beslis ik of dit huis op mijn bewaarde-huizen-lijst past, of dat het niks is.
Zonder het rationeel te kunnen verwoorden, maak ik een inschatting van de ligging: -drukke weg, kindvriendelijke wijk, uitzicht- en van het interieur: opknapper, volledigheid keuken, vloeren, indeling. Ik lees de beschrijvingen en probeer me niet te veel te ergeren aan het opgeklopte makelaarsjargon.
Na veel overleg lukt het om samen met Harro dertien huizen te selecteren die we aanstaande zaterdag gaan zien.

Al bladerend door Funda, probeer ik me ook een voorstelling te maken van de verkopers. Wat is hun verhaal, waarom verkopen ze hun huis? Ik zie de meest nare scenario’s voor me: echtscheidingen, overlijden, verhuizingen naar vreselijke buitenlandse oorden. Zouden ze weten dat er in luttele secondes over hun huis en dus hun toekomst geoordeeld wordt?
Nog niet zo lang geleden waren wij zelf de verkopers en leerden we snel dat het ‘aantal digitale bezoekers per week’ een nietszeggend getal was. In het begin waren we blij met iedere bezichtiging, maar in de loop van de maanden, begrepen we dat zelfs een bezichtiging maar een beperkte waarde heeft.

En zo is het ook, nu we aan de andere kant van de tafel zitten. Een aantal van de huizen die we zaterdag gaan zien staan erop omdat de makelaar ‘onze reactie wil weten’, zodat hij beter gaat begrijpen wat we eigenlijk zoeken. Een aantal andere huizen gaan we bezoeken omdat we ‘de wijk beter willen leren kennen’.
Er zit geen huis tussen waar we op basis van de Funda-info zo enthousiast over zijn, dat we het zullen bekijken met de gedachte aan kopen.
Bovendien gaan we teveel huizen kijken in een te korte tijd: ik hoop dat het ons niet gaat duizelen.

Ja, je hebt goed tussen de regels doorgelezen: er staat echt ‘we’. Harro is al in Nederland om over z’n nieuwe baan te leren en ik vlieg donderdag heen en zondag weer terug. Gekkenwerk? Ja natuurlijk. Maar twee keer binnen het jaar zo’n grote verhuizing organiseren, is ook gekkenwerk.

maandag 12 maart 2012

Vrienden

We hadden een jarige Julian vorige week: hij is elf! En elf blijkt heel anders dan tien. Opeens is hij groot, opeens zijn dingen kinderachtig en de inschatting ‘wat zullen mijn vrienden ervan vinden?’ bepaalt alle keuzes. Dus ook wat hij op z’n verlanglijstje schrijft.

Bovenaan staat een iPod Touch. ‘Iedereen, heeft een iPod, behalve ik’ en: ‘dan kan ik met papa emailen en praten -via FaceTime- als hij in Nederland is’. Dat laatste argument raakt een gevoelige snaar bij papa, die al op weg is naar de Applestore.
Onder die iPod staan de namen van twee spelletjes voor de Nintendo. Ik heb geen idee waar het over gaat, maar herken de namen van Julian z’n Sinterklaaslijstje.
‘Mam, ik wil die spelletjes heel graag hebben’, legt Julian uit, ‘maar ik kan ze niet aan m’n vrienden vragen.’
‘Dan lachen ze me uit, Pokémon is niet stoer’, beantwoordt hij mijn vragende blik.
‘Ook niet aan Alex?’
‘Ja aan Alex wel, maar als ik dan zijn cadeau open maak, waar de anderen bij zijn, gaan ze alsnog lachen.’
‘Dan vraag je toch een tegoedbon van de spelletjeswinkel?’

Ik leg aan Alex z’n moeder uit hoe het zit en ze knikt: ‘herkenbaar, het komt goed.’

Trots liet hij afgelopen zaterdag tijdens z’n feestje de iPod zien. Z’n vrienden waren voldoende onder de indruk om Julian te laten stralen. Na het partijtje voetbal op het veld bij school, aten de heren pizza en taart. Daarna liet ik Julian de kadoos uitpakken.
Het Harry Potter Lego was op het randje, maar omdat het gegeven werd door het vriendje met de grootste mond, werd er goedkeurend geknikt. Strips, een boek over voetbal, een echte Wilson ovale football: ik zag Julian ontspannen, zeker toen de vriendjes meteen buiten met de bal wilden gooien.

De post bracht ook kadoos uit Nederland: de voetbal van Barcelona werd meteen in gebruik genomen zaterdag. Uit het pakje van mijn zussen kwam ‘Kruistocht in Spijkerbroek’. ‘Wat is dat nou weer voor een boek?’ zuchtte Julian, Nederlands lezen blijft dwangarbeid.
‘Dat Julian, is het beroemdste Nederlandse jeugdboek ooit. Ik denk eigenlijk dat je het erg leuk vindt.’
‘Heb je het zelf vroeger dan ook gelezen?’
Ik viel door de mand en moest bekennen dat ik het nooit gelezen had.

Ondertussen heb ik afgelopen weekend het in één ruk uitgelezen, wat een heerlijk boek! Maar voor Julian, met z’n gebrek aan kennis over de Europese Middeleeuwen, misschien nog wat te moeilijk. Niet erg, straks in Nederland, krijgt hij vast vriendjes die het ook een heerlijk boek vinden.

vrijdag 9 maart 2012

Lettergreep

Kreunend en steunend zit Julian boven z'n huiswerk, opgegeven door meester Pascal. Het onderdeel begrijpend lezen, heeft een tekst over, hoe kan het ook anders, lawines. 'Dat kan ik echt niet, het is veel te veel!' Boos bladert hij door de vier pagina's met vragen.
'Dan begin je met de twee bladzijden spelling, maar je moet het wel alleen doen, ik heb een telefonische afspraak.' Ik zeg er maar niet bij dat dat een belafspraak is met z'n nieuwe school in Nederland; hij wil niet dat we over de verhuizing praten.
'Nederlands is de stomste taal, ooit', hoor ik hem verder mopperen als ik Skype open.

Elke zaterdagochtend gaan de jongens trouw naar de Nederlandse school. Simeon en Daniel kijken er iedere week naar uit, Julian vindt het oké. 'Het is dat we gaan voetballen in de pauze en meester Pascal laat altijd leuke filmpjes zien, maar verder...'
Ik snap dat wel, een taal leren die je niet natuurlijk aan komt waaien, is ook lastig.
Op onze vraag waarom Julian z'n Cito-toets relatief slecht had gemaakt, antwoordde meester Pascal: 'groep zeven is moeilijk, opeens komen er allerlei regels om de hoek kijken en moeten ze werkwoorden gaan vervoegen.'

Als ik uitgebeld ben, ga ik even kijken wat Julian van z'n spellingsoefeningen heeft gebakken. Ik spiek over zijn schouder en inderdaad: werkwoordsvervoegingen.
'De verleden tijd van zingen is niet zangen', probeer ik voorzichtig. 'De zanger zingt vandaag en hij zong gisteren.'
Julian gromt en verbetert zangen met nijdig gekras. 'En wat is dan de verleden tijd van blijven?'
Ik probeer het hem zelf te laten bedenken, het is een werkwoord dat hij vaak genoeg goed gebruikt. 'Inderdaad, bleef', knik ik. Julian schrijft het braaf op en aarzelt bij de volgende kolom waar hij de wij-vorm in moet vullen. Hij schrijft: 'bleeven'.
'Denk 'ns na, het is ble-ven' zeg ik met nadruk op de lettergrepen.
Julian gromt harder en krast een e weg.
Ook de werkwoorden stuiven, rijden, wrijven en genezen, leveren dezelfde problemen op. We knippen ze allemaal in stukjes, maar Julian blijft dubbele klinkers schrijven en klaagt. 'Ik snap er niets van.'
Ik leg opnieuw uit dat er maar één klinker komt aan het einde van de lettergreep en haal het verschil tussen bakken en maken er maar weer 'ns bij.

Julian knikt uiteindelijk: 'ik snap het nu'.
'Mooi, dan kan je door naar de volgende.'
De tweede oefening begint met het werkwoord draven. Ik zeg voor dat de paarden gisteren door de wei draafden. Julian zucht en schrijft: 'drafden'.

donderdag 8 maart 2012

Internationale school

Live via Twitter volg ik het debat in de Tweede Kamer over de bezuinigingen op het onderwijs. Natuurlijk is die berichtgeving gekleurd, ik volg niet iedereen. Maar ook als ik de kleuren eruit probeer te poetsen, hou ik een schrijnend beeld over. Een schrijnend beeld van Nederlands onderwijs dat achteruit holt, waar geen aandacht en ruimte is voor kinderen die onder of boven het gemiddelde uitsteken. Niet omdat leerkrachten en scholen niet zouden willen, maar vooral omdat ze niet (meer) mogen.

Zelfs het kapitalistische Amerika, waar alles om geld draait en overheidsbemoeienis een vies woord is -ook in Democratische kringen- heeft onderwijs voor alle kinderen via federale wetgeving geregeld. Of je nu hoogbegaafd bent, thuis Spaans of Koreaans spreekt, in een rolstoel zit, alle dagen heel druk bent, moeite hebt om je gedrag te controleren, leren erg moeilijk vindt, of gemiddeld bent: iedereen is welkom op dezelfde school.

Eén van de Nederlandse discussiepunten tussen het onderwijsveld en de minister is dat ouders en leerkrachten vragen om een wettelijk vastgelegde basiszorg: wat moeten alle scholen minimaal bieden? De minister vindt dat onzin: dat regelen scholen onderling maar.
De Amerikaanse federale wet zegt: alle kinderen hebben recht op onderwijs in de minst beperkende omgeving én alle kinderen hebben recht op onderwijs op hun eigen buurtschool. Vertaald naar de praktijk betekent dit dat het onderwijs zo inclusief mogelijk georganiseerd wordt en dat buurtscholen zich moeten aanpassen, zodat je met de rolstoel naar binnen kan en er lessen Engels voor niet-Engelstaligen zijn. Een wettelijke basiszorg in twee regels.

Het kabinet vindt het huidige systeem van rugzakjes bureaucratisch: ‘en daar willen we vanaf’. Dus gaat al het beschikbare geld in een grote hutkoffer, zonder oormerken. Het is aan de school om daar een extra assistent uit te betalen om Pietje een steuntje in de rug te geven of de kapotte verwarming van te laten maken.
Het Amerikaanse systeem kent geen rugzakjes. In het Amerikaanse systeem is het IEP leidend: het contract tussen school en ouders waarin leerdoelen en het leerplan zijn opgenomen, inclusief de noodzakelijke financiële middelen. Bureaucratisch? We hebben Daniël z’n IEP altijd als zorgvuldig en compleet ervaren.

Ik maak me boos en leun hoofdschuddend achterover in mijn stoel. Hoe kan dit? Hoe kan je onderwijs in een welvarend land voor zoveel kinderen zoveel moeilijker maken? En in dat welvarende land gaan wij straks weer wonen met een zoon die extra zorg nodig heeft. Ik hoop niet dat je het ons kwalijk neemt dat we ver weg blijven van Nederlands onderwijs: de jongens gaan straks in Nederland alledrie naar de internationale school.

woensdag 7 maart 2012

Moet ik ongerust worden?

‘Kan jij de peer voor Simeon schillen?’ vraag ik aan Kim, onze au pair. Ik geef de peer en het mesje dat ik al had gepakt aan haar en ga er even bij zitten. Ik hou beschermend mijn rechterhand over mijn linkerelleboog, die opgezwollen is, warm aanvoelt en pijnlijk is. Ik kan ‘m nauwelijks buigen en strekken en m’n vingers gaan steeds meer tintelen.
‘Gaat het?’ vraagt Harro die klaar staat om naar z’n werk te gaan.
‘Nee’, schud ik mijn hoofd, ‘ik voel me helemaal niet lekker. Ik geloof dat ik onze Amerikaanse huisarts maar ‘ns ga bellen.’ Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 6 maart 2012

Agenda

De datum van vandaag zit al weken om verschillende redenen in de hoofden van vele mensen. In de agenda van Nederlandse leerkrachten, scholen en de onderwijsbonden staat: naar de Arena om te protesteren tegen de aangekondigde bezuinigingen op Passend Onderwijs.
In de agenda van Julian z’n klas: ‘SOL writing’: de eerste aflevering van de Virginiaanse versie van de CITO-toets voor het onderdeel creatief schrijven. Heel belangrijk voor de school, omdat de school beoordeeld wordt op het resultaat van de SOL’s.
Maar in onze hoofden hier thuis zit vandaag toch vooral het getal elf.

Het zal geen verrassing zijn dat ik meeleef met die duizenden leerkrachten, ouders en onderwijsbestuurders die de moed hebben gehad om de school te sluiten en in de bus te stappen naar de Arena. Ze doen dat ook voor ons en voor Daniël.
Hoe meer ik me verdiep in Nederlands onderwijs voor Daan, hoe meer ik erachter kom, dat hij tussen wal en schip valt. Zonder hulp redt hij het niet op de reguliere school, maar in een grote klas op een speciale school zal de academische uitdaging die hij zo graag aangaat moeilijk te vinden zijn.

‘Rustig nadenken over wat je wilt schrijven, rustig nalezen en je spelling corrigeren. Vergeet vooral de punten en hoofdletters niet’, gaf ik Julian vanmorgen mee, net voordat hij in de bus stapte, een grote tas met donuts in zijn hand. Hij knikte serieus, op zijn niet meer zo smalle schouders voelde hij de druk om te presteren op deze eerste SOL-test. In mei volgen lezen, rekenen en science (een combi van biologie, natuur/scheikunde en fysische geografie).

Naast dit alles, is 6 maart toch vooral de dag dat ons leven voorgoed veranderde: vandaag precies elf jaar geleden werd Julian geboren. We zijn nu elf jaar papa en mama en ik kan me niet voorstellen dat het ooit anders was.
Dat er ooit een tijd was, dat ik nieuws over een lerarenstaking langs me heen liet glijden. Een tijd dat ik geen idee had van het bestaan en het belang van schooltoetsen. Een tijd dat ik niet het huis hoefde te versieren, over kinderkado’s hoefde na te denken en traktaties voor op school hoefde te kopen. Wat stond er toen eigenlijk wel in onze agenda?

vrijdag 2 maart 2012

cijfers


Opgewekt stapt er een meneer van het verhuisbedrijf ons huis binnen. Hij opent z’n laptop, draait het scherm op de toetsen, zodat er een notitieblok ontstaat en pakt z’n speciale pennetje: ‘zo waar zullen we ‘ns beginnen?’
Harro en ik leiden hem door het huis, terwijl hij met z’n pen razendsnel op het scherm tikt. ‘Gaat die tafel mee? Hoeveel stoelen horen daarbij?’

Twijfelend kijk ik Harro aan: ‘zullen we de keukentafel wel meenemen? Misschien hebben we straks wel een huis waar geen plek is voor een keukentafel en een nette eettafel?’
‘Ik zet ze voorlopig in het systeem, jullie kunnen het altijd nog laten veranderen’, helpt de meneer. ‘Gaat die tv mee?’
‘Ja’, knikken we, die wel. ‘Maar de tv beneden niet, en ook alle lampen niet. En het koffiezetapparaat niet en de frituurpan.’
De meneer knikt en tikt weer op zijn scherm: ‘internationale verhuizingen zouden veel makkelijker zijn als we overal hetzelfde voltage zouden hanteren.’

Hij stopt voor ons beeld van de twee vogels. ‘Hier moet zeker een houten krat omheen gebouwd worden?’
‘Ja’, knikken we weer. En als hij de maten opneemt kan ik het niet laten: ‘wilt u misschien de lijst van vorig jaar gebruiken? Toen heeft ook iemand alles opgemeten.’
De verhuismeneer lacht vriendelijk en meet door: ‘we doen het toch graag zelf.’

Geroutineerd laten we zien wat er nog meer in een houten krat vervoerd moet worden: Het grote schilderij, de marmeren tafelplaat, het schaalmodel van een houten zeiljacht. ‘In de garage staat ook nog een tv, met het houten frame er nog om heen,’ herinnert Harro zich. ‘En voor de computers en de geluidsinstallatie hebben we de originele dozen bewaard.’

‘En die trampoline en de barbecue?’ de meneer staat buiten op ons terras en wijst om zich heen.
‘Alles gaat mee, net als de tafel en de rieten banken’. Ik kijk naar onze prachtige grote tuinset, die zo mooi tot zijn recht kwam op de grote patio in Houston, maar nu ingeklemd op het te kleine terras staat. Ik vraag me af of we er plek voor zullen hebben straks, zo groot zijn de meeste Nederlandse tuinen niet.

‘Ik kom op iets meer dan 20.000 pound’, concludeert de meneer als hij van z’n schermpje op kijkt. ‘Dat zou moeten passen in de twee containers die jullie zijn toegewezen. Ik schat in dat het inpakken drie dagen werk is.’

‘Fijn,’ wil ik zeggen, ‘dat had ik u zo ook wel kunnen vertellen: het zijn precies dezelfde cijfers als vorig jaar.’ Maar hou toch maar mijn mond.

donderdag 1 maart 2012

Binnen de lijntjes

In de stromende regen, de ruitewissers kunnen het bijna niet aan, rij ik met twee kinderen in de auto Washington DC in. We hebben om tien voor tien een afspraak op de Nederlandse ambassade, beide heren hebben een nieuw Nederlands paspoort nodig. Ik had gehoopt dat dat tijdstip zou betekenen dat de ergste file voorbij zou zijn, maar helaas, de regen smeert de drukte over de hele ochtend uit.
Vlak voordat we vertrokken, keek ik nog één keer door de lijst van mee te nemen papieren en zag tot mijn schrik dat Harro’s paspoort ook mee moest, een getekende kopie was niet genoeg. En dat paspoort heeft hij bij zich, op kantoor.

Make a u-turn if possible’ stelt de aardige mevrouw van het navigatiesysteem meerdere keren voor. ‘Ja, ik weet dat ik de verkeerde kant op rij’, reageer ik mopperend op mezelf. Waarom heb ik die lijst nou niet eerder gecheckt? Tegen de drukte in rij ik naar Harro z’n werk, waar hij schuilend onder een paraplu klaar staat om het boekje in de auto te gooien.
‘Papa!’ roept Daniël enthousiast, om er meteen verdrietig op te laten volgen: ‘papa niet mee auto?’
‘Nee, Daan, papa blijft op z’n werk. We hebben nu z’n paspoort, we kunnen richting de ambassade’ reageer ik.
Turend tussen de regendruppels door, draai ik de drukke ringweg op en sluit achteraan aan.
‘Mag de muziek harder, please?’ vraagt Daan.
‘Ja, die mag harder, de regen maakt veel herrie hè?’ Ik draai aan de volumeknop en ik hoor tevreden meezinggeluiden achter me: ‘I’m sexy and I know it.’

Stapje voor stapje rij ik de fuik van het stadscentrum in. Ik ken de weg niet goed genoeg om sluiproutes te kiezen, bovendien zie ik geen hand voor ogen: alles is grijs. Ik doe dus maar precies wat de mevrouw van de routeplanner zegt. Om half tien bel ik de ambassade. ‘Ja, als u tien minuten later bent, kunt u nog steeds worden geholpen’, meldt de receptionist. Ik hoop er het beste van en rij door, kan ook weinig anders.

Bijna een half uur te laat, parkeer ik eindelijk de auto. ‘Oké jongens, capuchons op en rennen, we hebben geen paraplu’, stel ik voor en zenuwachtig graai al het papierwerk bij elkaar. Ik hoop dat ze ons nog willen helpen, dat we deze tocht niet voor niets hebben gemaakt.
Gelukkig is de mevrouw achter de balie begripvol: ‘laten we dan maar snel beginnen. Wie is Daniël en wie is Julian?’

‘Kan Daniël z’n naam schrijven?’ vraagt ze vervolgens. Ik knik en ze geeft een kaartje waar hij naast z’n pasfoto een ‘handtekening’ moet zetten. ‘Hij moet het alleen wel binnen de lijntjes doen.’
‘Kom, Daan ga je je naam schrijven?’ Daniël knikt als ik hem uitleg wat de bedoeling is. Met een serieus gezicht, puntje van z’n tong uit z’n mond, schrijft hij zo leesbaar als mogelijk, z’n naam keurig binnen de lijntjes. Ik krijg bijna tranen in mijn ogen: wat een bijzondere beloning na zo’n rottige autorit.

woensdag 29 februari 2012

Zij heeft de carrière

‘Kan je misschien morgenavond? Ergens eten en lekker bijkletsen?’ reageert een oud-collega op mijn email van alweer weken geleden met de kop: ‘laten we een poging doen om iets af te spreken’.
‘Ja, ik kan morgen!’ schrijf ik terug. ‘Zal ik ergens in de buurt een tafel reserveren?’
Ik klik meteen door naar de site van een gezellig restaurant hier in de mall en maak een reservering voor twee. Leuk, uiteten met een collega uit de tijd dat ik nog op het ministerie werkte. Een collega die ik afgelopen zomer op het vliegveld tegenkwam, ze werkt nu hier in de stad op de Nederlandse ambassade. Lees verder op Gezinspiratie

dinsdag 28 februari 2012

Gala

‘Gaan jullie volgende week nog naar het gala?’ vroeg de moeder van het Nederlands vriendinnetje van Simeon vanmorgen. ‘Wij gaan wel, ik vond het best leuk vorig jaar. Het is wel heel erg Amerikaans’, voegde ze er aan toe.
‘Ik weet het nog niet’, schudde ik mijn hoofd. Mijn hoofd loopt over, onze agenda puilt uit. Ik ben bang dat een gala er niet meer bij past, maar durfde dat niet hardop te zeggen. Het gala is dé gebeurtenis van het jaar op Simeon z’n school en een hele grote fundraiser.

Al weken komt er informatie naar huis over het feest, met als thema ‘Wonderland’. Op school lopen er mensen rond verkleed als prinses of elf die toegangskaarten en galaboekjes verkopen. Het kost 85 dollar per persoon om binnen te komen, dresscode: smoking of tuxedo en die lange jurk. In het galaboekje staat een opsomming van de lijst van alle dingen die er die avond verkocht zullen worden.
Want verbonden aan het gala, is er een veiling, de ultieme fundraiser van elke school of organisatie. Het werkt als volgt. Iedereen die dat wil kan een product of dienst ter verkoop aanbieden, niet alleen ouders of leerkrachten, maar ook lokale bedrijven: een mand schoonheidsproducten, een tegoedbon voor het plaatselijke restaurant, een dagje meezeilen, sieraden, ijs voor de hele klas.
Die producten of diensten -gratis ter beschikking gesteld- worden per opbod verkocht; de opbrengst vloeit de schoolkas in. Op gewone scholen is zo’n veiling schriftelijk. Je loopt rond, kletst, drinkt en doet je bod op papier, waarna er iemand anders kan overbieden, totdat de veiling sluit. Heel spannend als je bijvoorbeeld biedt op 24-uur-oppas-door-de-beste-juf.
Op het Wonderland-gala is er een echte veiling, waarbij het bieden in het openbaar gaat. Dus valt het op als je niets koopt (lees: niets over hebt voor de school) en valt het op als je veel koopt (lees: een goede ouder bent en de school een warm hart toedraagt).

Nu hebben wij helemaal niets nodig, wij moeten zelf spullen kwijt. Als ik het eerder geweten had, had ik ze ter veiling aan kunnen bieden. Nu ben maar begonnen om een yard-sale voor te bereiden.
Wat te doen? Laten we ons gezicht zien zonder wat te kopen of is het logischer om niet te gaan? En een avondje onderuit gezakt op de bank te hangen voordat Harro voor twee weken naar Nederland vertrekt?

maandag 27 februari 2012

Zwarte pen

Op vrijdagmiddag hebben we een afspraak op het postkantoor om Simeon z’n Amerikaanse paspoort te laten verlengen. We vullen van te voren het formulier in, zoeken z’n geboortebewijs en leggen ook z’n oude paspoort op het stapeltje mee te nemen spullen.
Op vrijdagochtend bedenk ik me, net voordat Harro naar z’n werk vertrekt dat er kopieën van onze Amerikaanse rijbewijzen bij moeten. Hij legt zijn rijbewijs snel onder de printer annex kopieerder en en ik doe later op de ochtend hetzelfde.
Vlak voordat ik Simeon van school ga halen, stop ik alles in een tas: zwembroek voor de zwemles, boodschappenlijst, gymkleren en papierwerk voor ‘t nieuwe paspoort inclusief een cheque -het postkantoor doet niet aan credit cards. Pas als we bij de mevrouw in het hokje zitten ‘s middags en ze om onze rijbewijzen vraagt, bedenk ik me dat mijn exemplaar nog op de printer ligt.

De jongens moeten ook nieuwe Nederlandse paspoorten. Het bezoek aan de ambassade dat daar voor nodig is, staat voor aanstaande woensdag gepland: nog meer papierwerk.
Er is komend weekend een belangrijk congres over het syndroom van Down in DC, ik heb eigenlijk beloofd om te gaan helpen. Een Nederlandse vriendin die tegenwoordig in Parijs woont, is een paar dagen in het land. ‘Zin om te lunchen?’ vraagt ze.
‘Nou, eigenlijk geen tijd’, reageer ik.
Donderdag komt het verhuisbedrijf een inschatting maken van de hoeveelheid spullen die we mee terug nemen, zodat ze inpakkers kunnen inplannen en containers kunnen bestellen. Dus moeten we nu eigenlijk beslissen wat in de luchtvracht mee gaat en wat we niet mee kunnen of willen nemen. Harro en lopen door het huis: kan de tv -en de Xbox- ook op 220? Zouden we de wasmachine kunnen ombouwen? Is er een verloopslangetje te koop, zodat onze gasbarbecue ook op Nederlandse propaanflessen past? Mag Harro z’n Laser ook mee?
We praten met makelaars en kiezen er op goed geluk één: hopelijk vindt hij ons droomhuis, tenminste als we het eens kunnen worden hoe ons droomhuis eruit ziet.

‘Anders komen jullie bij ons, is dat niet handiger?’ vragen Britse vrienden, waar we een zondagse lunchafspraak mee hebben. ‘Bedankt, maar nee’, antwoord ik.
Zelf koken en gastvrouw spelen is wel meer werk, maar geeft me een ochtend het idee dat het gewone leven ook nog doorgaat. We maken risotto, drinken een glas wijn met ze en leunen achterover.
Lachend vertel ik over Simeon z’n Amerikaanse paspoort: ‘dus kon ik door de regen en de vrijdagmiddagfile helemaal terug rijden voor m’n rijbewijs.’
Harro vult aan: ‘terwijl ik daar bleef en het hele formulier opnieuw moest invullen: het moest met een zwarte pen, wat er met koeienletters boven stond!’